www.werkuitleg.nl
Editie 2026
WerkUitleg
WW & Ontslag

Werkloosheidsuitkering: wat zijn je rechten?

verschil tussen werkloosheidsuitkering

Welke werkloosheidsuitkering past bij jouw situatie?

Werkloos worden kent verschillende scenario's. Elk scenario levert een andere uitkering op. Soms krijg je de WW-uitkering via UWV. Soms de bijstand via de gemeente. Soms helemaal niets.

Het Nederlandse stelsel is verwarrend opgebouwd. De term "werkloosheidsuitkering" dekt namelijk meerdere regelingen die fundamenteel van elkaar verschillen. De voorwaarden, de hoogte en de duur lopen enorm uiteen. Een werknemer die na tien jaar dienst ontslag krijgt, bouwt recht op een heel andere uitkering op dan iemand die een tijdelijk contract ziet aflopen na zes maanden.

Wat opvalt bij het bestuderen van de diverse regelingen: veel werknemers denken dat ze automatisch in aanmerking komen voor een fatsoenlijke WW-uitkering. Die verwachting klopt regelmatig niet. Zo'n 40% van de mensen die voor het eerst werkloos worden, ontdekt dat ze ofwel geen recht hebben, ofwel slechts voor korte tijd of een lager bedrag dan verwacht.

Het onderscheid tussen de verschillende uitkeringen bepaalt concreet hoeveel geld je maandelijks ontvangt en hoe lang. Voor iemand met een hypotheek en vaste lasten maakt dat een wereld van verschil.

WW-uitkering: de werkloosheidsverzekering voor werknemers

De meest bekende regeling is de Werkloosheidswet (WW). Deze uitkering valt onder verantwoordelijkheid van UWV en is bedoeld voor werknemers die onvrijwillig hun baan verliezen. Denk aan ontslag om bedrijfseconomische redenen, een reorganisatie of het aflopen van een tijdelijk contract dat de werkgever niet verlengt.

Voorwaarden voor WW

Je komt alleen in aanmerking als je voldoet aan de arbeidsverledeneis. Dit betekent: in de 36 weken direct vóór je eerste werkloosheidsdag moet je minimaal 26 weken gewerkt hebben. Let op: dit zijn netto gewerkte weken waarin je loon kreeg waarover premie is afgedragen. Vakantieweken tellen mee, ziekteweken meestal ook (als je loon doorliep), maar onbetaalde periodes niet.

Daarnaast geldt: je moet direct beschikbaar zijn voor werk. UWV controleert dit streng. Wie een wereldreis plant of fulltime een opleiding wil volgen zonder beschikbaar te zijn voor sollicitaties, valt af.

Een werkloosheid moet bovendien onvrijwillig zijn. Neem je zelf ontslag zonder dringende reden? Dan krijg je een opschorting van minimaal één maand, soms zelfs drie maanden.

Hoogte van de WW-uitkering

De eerste twee maanden ontvang je 75% van je dagloon (op basis van artikel 47 lid 1 Werkloosheidswet). Daarna zakt dit naar 70% van je dagloon voor de resterende periode. Het dagloon wordt berekend over het gemiddelde loon van de laatste 12 maanden voorafgaand aan de werkloosheid, maar er geldt een maximumdagloon. In 2026 ligt dit plafond op ongeveer €289 bruto per dag, wat neerkomt op maximaal €6.235 bruto per maand (bij een voltijds dienstverband).

Stel je verdient €4.500 bruto per maand. De eerste twee maanden ontvang je dan ongeveer €3.375 bruto. Daarna €3.150 bruto. Trek hier nog loonheffing vanaf. Netto hou je dus aanzienlijk minder over dan tijdens je dienstverband.

Duur van de WW-uitkering

De duur hangt af van je arbeidsverleden. Voor elke maand dat je in de laatste vijf jaar hebt gewerkt (het 'referentiejaar'), bouw je één maand WW-recht op. De basisduur bedraagt drie maanden. Daarboven bouw je op volgens een formule die uitkomt op maximaal 24 maanden WW (bron: https://www.uwv.nl/particulieren/werkloos/ww-uitkering-aanvragen/detail/hoelang-duurt-de-ww).

Een voorbeeld: je werkt vier jaar bij dezelfde werkgever. Je hebt dus 48 maanden arbeidsverleden. Je WW-duur wordt dan 3 maanden basis plus ongeveer 21 maanden extra, dus 24 maanden totaal. Bij kortere dienstverbanden krijg je aanzienlijk minder. Wie één jaar werkte, komt vaak uit op drie tot zes maanden WW.

Bijstand: de gemeente vangt op waar UWV stopt

De Participatiewet regelt de bijstand. Deze uitkering is fundamenteel anders dan de WW. Bijstand is geen verzekering maar een voorziening van de overheid voor mensen zonder inkomen en zonder vermogen.

Voorwaarden bijstand

Je komt pas in aanmerking als je WW-recht is uitgeput of als je nooit recht had op WW (bijvoorbeeld zelfstandigen die failliet gaan, of schoolverlaters). De gemeente toetst je vermogen streng. Bezit je meer dan €7.505 aan spaargeld of bezittingen (2026, alleenstaande), dan moet je dit eerst opmaken. Een eigen huis telt doorgaans niet mee, maar een tweede auto of aandelen wel.

Daarnaast kijkt de gemeente naar je leefsituatie. Getrouwd of samenwonend? Dan telt het inkomen van je partner mee. Heeft die een voltijdbaan, dan kom je vaak niet in aanmerking.

Hoogte bijstand

De bijstandsnorm ligt aanzienlijk lager dan de WW. Per januari 2026 ontvang je als alleenstaande ongeveer €1.440 netto per maand. Voor gehuwden of samenwonenden geldt €2.058 netto samen. Dit bedrag moet alle vaste lasten dekken: huur, energie, verzekeringen, boodschappen.

Het verschil met WW is immens. Iemand die eerst €3.150 WW kreeg, zakt naar €1.440 bijstand zodra de WW stopt. Dat betekent een halvering van inkomen.

Tegenprestatie en controle

De gemeente mag een tegenprestatie eisen. Dit varieert van verplichte sollicitatieactiviteiten tot werken in een gemeenteproject. Ook zijn er strengere sancties dan bij WW. Weiger je mee te werken aan re-integratie? Dan kan de gemeente je uitkering korten of zelfs stopzetten.

IOAW en IOAZ: uitkeringen voor oudere werklozen

Minder bekend zijn de IOAW (Inkomensvoorziening Oudere Werkloze Werknemers) en IOAZ (Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Zelfstandigen). Deze regelingen zijn bedoeld voor mensen geboren vóór 1 januari 1965 die geen recht (meer) hebben op WW.

De IOAW biedt een inkomensniveau dat iets hoger ligt dan de bijstand, namelijk op minimumloonniveau. Dit komt neer op ongeveer €1.950 netto per maand voor alleenstaanden (2026). Voor deze doelgroep gold historisch de gedachte dat zij minder kans maken op de arbeidsmarkt vanwege hun leeftijd.

Let op: nieuwe aanvragers vanaf 2016 komen meestal niet meer in aanmerking. De regeling loopt feitelijk af, behalve voor bestaande gevallen.

WGA en IVA: als je ziek bent én werkloos

Soms loopt ziekte door tot na het einde van je dienstverband. Dan kom je mogelijk in de WIA-regelingen terecht: de WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) of IVA (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten). Deze zijn strikt genomen geen werkloosheidsuitkeringen maar arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.

Het onderscheid is belangrijk. Ben je volledig arbeidsongeschikt (dat wil zeggen: je kunt minder dan 20% van je oude salaris verdienen), dan kom je in aanmerking voor IVA. Die uitkering bedraagt 75% van je laatste verdiende loon en loopt door tot je AOW-leeftijd.

Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid geldt WGA. De hoogte hangt af van hoeveel je nog kunt verdienen. De formule is complex: UWV berekent je 'restverdiencapaciteit' en vult aan tot een bepaald percentage.

Wat mensen vaak niet weten: WGA kent twee fasen. De eerste periode (de loongerelateerde fase) levert een redelijk bedrag op. Daarna zak je naar de vervolguitkering, die lager ligt. Kom je überhaupt aan het werk in je beperkte capaciteit? Dan kan je uitkering zelfs stopgezet worden, ook al verdien je minder dan voorheen.

Aanvullende uitkering van vakbond of cao

Sommige cao's of vakbondsverzekeringen bieden een aanvullende WW-uitkering bovenop de wettelijke regeling. Deze regelingen zijn geen overheidsuitkering maar een extraatje vanuit je sector of lidmaatschap.

De Metaalunie bijvoorbeeld kent een aanvullingsregeling die de WW-uitkering van 70% verhoogt naar 80% voor werknemers met een bepaald aantal dienstjaren. Ook de bouwsector en de zorg kennen dergelijke aanvullingen.

Toch blijft dit beperkt. Slechts een klein deel van de werklozen profiteert hiervan. Je moet lid zijn van de juiste bond, in de juiste sector werken én aan voorwaarden voldoen. In de praktijk zien we dat deze regelingen vooral oudere werknemers met lange staat van dienst helpen. Jongere werknemers met korte contracten vallen buiten de boot.

Wat als je geen recht hebt op een uitkering?

Duizenden mensen vallen jaarlijks buiten alle regelingen. Dit gebeurt bij:

  • Zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) die stoppen. Zij betalen geen WW-premie en bouwen dus geen recht op. Ze kunnen wel naar de bijstand, maar alleen als hun vermogen laag genoeg is.
  • Werknemers die zelf ontslag namen zonder dringende reden én geen WW krijgen vanwege die keuze.
  • Mensen met te weinig gewerkte weken om aan de arbeidsverledeneis te voldoen.
  • Schoolverlaters die nog nooit een baan hadden.

Voor deze groepen bestaat alleen de bijstand als vangnet, mits ze aan de vermogenstoets voldoen. Wie een spaarbuffer heeft van €20.000 moet dit eerst opmaken. Pas daarna krijg je iets van de gemeente.

Dit maakt werkloosheid voor zelfstandigen extra risicovol. Een werknemer met tien jaar dienstverband krijgt twee jaar WW plus eventueel daarna bijstand. Een zzp'er met dezelfde werkhistorie krijgt direct niets, tenzij hij compleet blut is.

Praktische scenario's: wat krijg je daadwerkelijk?

Scenario 1: Linda, 42 jaar, tien jaar in dienst

Linda werkt tien jaar fulltime bij een administratiekantoor. Haar bruto maandsalaris bedraagt €3.200. Het kantoor gaat failliet. Ze vraagt WW aan.

Ze voldoet ruimschoots aan de arbeidsverledeneis. Haar WW-duur: 24 maanden (het maximum volgens de regeling). De eerste twee maanden krijgt ze 75% van €3.200 = €2.400 bruto. Daarna 70% = €2.240 bruto. Netto blijft daar na aftrek van loonheffing ongeveer €1.850 van over.

Na twee jaar stopt de WW. Linda heeft inmiddels een klein spaarsaldo van €9.000. Omdat dit boven de bijstandsnorm ligt, moet ze eerst dit bedrag gebruiken voordat de gemeente bijstand toekent. Eenmaal door haar spaargeld heen, krijgt ze €1.440 bijstand per maand.

Scenario 2: Kevin, 28 jaar, tijdelijk contract van acht maanden

Kevin werkte acht maanden via een uitzendbureau in een distributiecentrum. Zijn contract loopt af. Hij verdient €2.400 bruto per maand.

Hij voldoet nét aan de arbeidsverledeneis (26 weken gewerkt). Zijn WW-duur bedraagt echter maar drie maanden (de basisduur), omdat zijn totale arbeidsverleden kort is. Hij ontvangt drie maanden lang eerst 75% (€1.800 bruto), daarna is de uitkering al gestopt.

Zonder nieuwe baan valt hij na drie maanden terug op bijstand, mits hij geen vermogen heeft. Zijn maandinkomen zakt van €1.800 WW naar €1.440 bijstand.

Scenario 3: Fatima, 55 jaar, langdurig ziek na ontslag

Fatima werkte vijftien jaar als verpleegkundige. Door rugklachten viel ze twee jaar ziek. Tijdens ziekte liep haar contract door (re-integratieverplichtingen werkgever). Na twee jaar kreeg ze ontslag wegens arbeidsongeschiktheid.

Ze krijgt geen WW maar gaat direct naar de WIA-beoordeling bij UWV. De verzekeringsarts concludeert dat ze 40% arbeidsongeschikt is. Ze komt in de WGA terecht met een uitkering van ongeveer 70% van haar oude loon voor de loongerelateerde fase (38 maanden). Daarna zakt ze naar een lagere vervolguitkering die afhankelijk is van haar restcapaciteit.

Fatima's situatie verschilt volledig van iemand die gezond werkloos wordt. Haar uitkering duurt langer maar het traject is complexer.

Wanneer je professioneel advies nodig hebt

Sommige situaties zijn juridisch ingewikkeld. Raadpleeg een gespecialiseerd arbeidsrechtadvocaat of juridisch loket in deze gevallen:

  • UWV weigert je WW-uitkering, terwijl je vindt dat je er recht op hebt. Vaak draait het geschil om de vraag of je ontslag 'verwijtbaar' was (artikel 24 Werkloosheidswet). Dit soort zaken win je alleen met degelijke juridische onderbouwing.
  • De gemeente wijst je bijstandsaanvraag af vanwege vermogensberekeningen die je niet begrijpt. Gemeenten maken regelmatig fouten bij het waarderen van bezittingen.
  • Je bent langdurig ziek tijdens je WW-uitkering en UWV stuurt je door naar WIA, maar je snapt niet waarom of hoe dit proces loopt.
  • Je werkgever biedt een beëindigingsovereenkomst aan met afkoopsom. Je wilt weten of je daarna nog recht hebt op WW. Dit hangt af van hoe de overeenkomst is opgesteld.

Het Juridisch Loket (gratis voor mensen met laag inkomen) of een vakbondsjurist kunnen helpen. Voor complexe kwesties is een gespecialiseerd advocaat verstandig, ondanks de kosten. Een WW-uitkering van twee jaar à €2.000 per maand vertegenwoordigt €48.000. Een advocaat die €2.000 kost om dit recht veilig te stellen, verdient zich vijftig keer terug.

Veelgemaakte fouten bij het aanvragen

Veel mensen lopen uitkering mis door procedurefouten. De belangrijkste valkuilen:

Te laat aanvragen Je moet WW aanvragen binnen één week na je eerste werkloosheidsdag (artikel 25 lid 2 Werkloosheidswet). Doe je dit later, dan verlies je soms weken uitkering. De gemeente hanteert voor bijstand vier weken als termijn.

Vergeten inlichtingenformulieren in te vullen UWV stuurt regelmatig controleformulieren. Stuur je die niet op tijd terug, dan stopt je uitkering automatisch. Hervatten kost vervolgens veel gedoe.

Niet volledig beschikbaar zijn Tijdens WW moet je direct beschikbaar zijn voor werk van minimaal vier uur per dag. Vertel je bij de intake dat je alleen tussen 9.00 en 15.00 kunt werken (vanwege kinderopvang), dan krijg je mogelijk een lagere uitkering of zelfs afwijzing.

Zwartwerken naast je uitkering Dit lijkt aantrekkelijk maar is strafbaar. UWV en gemeenten controleren steeds vaker via datamatching met de Belastingdienst. Bij ontdekking volgt terugvordering plus boete plus soms strafrechtelijke vervolging. Een bijverdienste kan wél, maar moet je altijd melden.

Vermogen niet correct opgeven De bijstandstoets is streng. Ook de auto van je partner, aandelen op naam van je kind, of een erfenis die nog moet worden uitgekeerd, kunnen meetellen. Verzwijg je dit (bewust of onbewust), dan moet je alles terugbetalen.

Onderlinge vergelijking: wat levert welke uitkering op?

Hieronder een overzicht van de belangrijkste kenmerken per regeling:

WW-uitkering

  • Hoogte: 75% eerste twee maanden, daarna 70% van dagloon
  • Maximale duur: 24 maanden
  • Voorwaarde: arbeidsverledeneis (26 weken gewerkt in 36 weken)
  • Toetsing vermogen: nee
  • Toetsing partnerinkomen: nee
  • Uitvoerder: UWV

Bijstand (Participatiewet)

  • Hoogte: €1.440 netto (alleenstaande, 2026)
  • Maximale duur: geen limiet, zolang situatie onveranderd blijft
  • Voorwaarde: geen inkomen, beperkt vermogen
  • Toetsing vermogen: ja, streng (max €7.505)
  • Toetsing partnerinkomen: ja
  • Uitvoerder: gemeente

IOAW (oudere werklozen)

  • Hoogte: minimumloonniveau (ca €1.950 netto alleenstaand)
  • Maximale duur: tot AOW-leeftijd
  • Voorwaarde: geboren vóór 1-1-1965, geen WW-recht
  • Toetsing vermogen: ja
  • Toetsing partnerinkomen: ja
  • Uitvoerder: gemeente
  • Status: wordt uitgefaseerd

WGA (gedeeltelijk arbeidsongeschikt)

  • Hoogte: varieert, afhankelijk van restcapaciteit (gemiddeld 50-70% van loon)
  • Maximale duur: tot AOW-leeftijd
  • Voorwaarde: minimaal 35% arbeidsongeschikt
  • Toetsing vermogen: nee
  • Toetsing partnerinkomen: nee
  • Uitvoerder: UWV

IVA (volledig arbeidsongeschikt)

  • Hoogte: 75% van laatste loon
  • Maximale duur: tot AOW-leeftijd
  • Voorwaarde: minimaal 80% arbeidsongeschikt
  • Toetsing vermogen: nee
  • Toetsing partnerinkomen: nee
  • Uitvoerder: UWV

Toch klopt dit beeld niet helemaal. De daadwerkelijke uitkeringshoogte hangt af van tientallen details. Bij WGA speelt mee of je daadwerkelijk aan het werk gaat (dan krijg je een loonsuppletie). Bij bijstand telt mee of je huur wordt vergoed via huurtoeslag. En bij WW moet je rekening houden met het maximumdagloon.

Verplichtingen tijdens de uitkering

Elke uitkering kent eigen verplichtingen. Negeer je die, dan volgen sancties.

Tijdens WW moet je:

  • Minimaal vier sollicitaties per maand doen (of meer, afhankelijk van arbeidsmarktpositie)
  • Direct beschikbaar blijven voor werk
  • Alle inlichtingenverzoeken van UWV beantwoorden
  • Meewerken aan re-integratietrajecten
  • Elke vorm van arbeid (betaald of onbetaald) melden

Doe je dit niet? Dan volgt eerst een waarschuwing, daarna verlaging van de uitkering (25% tot 100% voor maximaal drie maanden). Bij ernstige overtredingen stopt de uitkering helemaal.

Tijdens bijstand moet je:

  • Voldoen aan de sollicitatieplicht (vaak vijf per maand of meer)
  • Eventuele tegenprestatie leveren (gemeentewerk, cursus, sociale activering)
  • Vermogen en inkomsten direct melden
  • Meewerken aan schuldhulpverlening als de gemeente dat eist
  • Regelmatig gesprekken voeren met je klantmanager

Gemeenten hanteren vaak strengere sancties dan UWV. Een gemiste afspraak kan al leiden tot een korting van 100% voor één maand. Drie gemiste afspraken betekent soms stopzetting van de volledige uitkering voor drie maanden.

Overstappen tussen uitkeringen: hoe werkt dat?

In de praktijk zien we regelmatig dat mensen van de ene naar de andere uitkering gaan. Dit verloopt niet altijd soepel.

Van WW naar bijstand Dit is de meest voorkomende overgang. Zodra je WW stopt (na 24 maanden of eerder), moet je zelf bijstand aanvragen bij de gemeente. Dit gebeurt niet automatisch. Vraag de bijstand aan minimaal zes weken voordat je WW stopt, anders zit je weken zonder inkomen.

De gemeente toetst vanaf dag één je vermogen opnieuw. Bouwde je tijdens WW toch wat spaargeld op? Dan moet je dit eerst opmaken.

Van WW naar WIA Word je ziek tijdens je WW-uitkering en duurt dit langer dan 13 weken, dan beoordeelt UWV of je moet doorstromen naar de Ziektewet en uiteindelijk WIA. Dit proces kan maanden duren. De WW loopt meestal door totdat de WIA-beoordeling rond is.

Let op: de beoordelingscriteria voor WIA zijn streng. UWV kijkt niet of je je oude b

Disclaimer. De informatie op deze website is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en vormt geen juridisch of financieel advies. Raadpleeg bij twijfel een jurist, vakbond of het UWV.
Gecontroleerd door WerkUitleg-redactie
Gebaseerd op officiële bronnen: UWV, Belastingdienst, Rijksoverheid.
Meer over onze werkwijze
Verder lezen

Gerelateerde onderwerpen

Meer in WW & Ontslag

Lees ook