Werkloosheidsuitkering: wat zijn je rechten?
kan ik werkloosheidsuitkering
Wanneer krijg je een WW-uitkering en wanneer niet?
Verlies je je baan, dan krijg je niet automatisch geld van het UWV. De Werkloosheidswet (WW) kent strikte regels. Veel mensen die denken recht te hebben op een uitkering krijgen deze niet, omdat ze zelf ontslag hebben genomen of te weinig gewerkt hebben. Andere mensen laten tienduizenden euro's liggen omdat ze niet weten dat ze wel aanspraak kunnen maken.
De WW-uitkering bedraagt de eerste twee maanden 75% van je dagloon, daarna 70%. Dat klinkt ruim, maar je maximale dagloon ligt in 2026 veel lager dan een modaal salaris. De uitkering loopt maximaal 24 maanden, afhankelijk van hoeveel jaar je gewerkt hebt. Wat de meeste mensen echter niet beseffen: je moet eerst werkloos worden om überhaupt in aanmerking te komen.
Alleen ontslag door de werkgever telt (meestal)
De hoofdregel staat in artikel 16 lid 1 Werkloosheidswet: je moet je baan verloren zijn "anders dan op eigen verzoek". Simpel gezegd: krijg je ontslag, dan heb je een claim. Neem je zelf ontslag, dan ben je aanspraak kwijt.
Deze regel kent echter een cruciale uitzondering. Neem je ontslag omdat je bijvoorbeeld niet betaald wordt, structureel gepest wordt of je werkgever zich schuldig maakt aan intimidatie, dan kan het UWV concluderen dat je een "dringende reden" had (artikel 7:677 BW). In dat geval krijg je alsnog een uitkering. Maar je moet dit wel goed kunnen aantonen met e-mails, getuigenverklaringen of documenten. Een vage buikpijn over de bedrijfscultuur is onvoldoende.
Stel je werkt drie jaar in de zorg en je teamleider maakt je structureel belachelijk waar collega's bij zijn. Je meldt dit bij de OR en HR, maar er gebeurt niets. Je wordt er ziek van en neemt ontslag. In dat geval kun je bij het UWV aantonen dat voortzetting niet meer van je gevergd kon worden. Met medische verklaringen en correspondentie bouw je je dossier op. Het UWV kan dan alsnog een WW-uitkering toekennen.
Een andere uitzondering: bij een beëindigingsovereenkomst (vroeger "vaststellingsovereenkomst") krijg je meestal wél een uitkering, ook al onderteken je de overeenkomst zelf. De reden: deze overeenkomsten komen meestal tot stand op initiatief van de werkgever die van je af wil. Het UWV hanteert daarbij de vuistregel dat als je een redelijke ontslagvergoeding krijgt, je niet gekort wordt op je WW.
De opbouwregel: 26 van de 36 weken gewerkt hebben
Het UWV kijkt naar de 36 weken voorafgaand aan je eerste werkloze week. In die periode moet je minimaal 26 weken gewerkt hebben. Werken betekent: loondienstverband waarbij je minimaal ten minste even veel verdient als het wettelijk minimumloon voor je leeftijd.
In 2026 is dat €13,68 per uur voor iemand van 21 jaar of ouder. Bij een 40-urige werkweek kom je dan op ongeveer €2.381 bruto per maand. Werk je voor minder, dan telt die week niet mee voor de WW-opbouw.
Een voorbeeld. Je werkt 20 uur per week en verdient €1.100 bruto per maand. Dat is omgerekend €12,65 per uur bij een 4-wekenmaand. Omdat dit onder het minimumloon ligt (voor 21+), bouw je in principe geen WW op. Toch kan deze arbeid meetellen als je op jaarbasis voldoende gewerkt hebt in andere periodes, bijvoorbeeld doordat je in de zomer fulltime werkte.
Het UWV telt ook periodes van ziekte mee, zolang je nog in loondienst was. Raak je na 20 weken werken ziek, krijg je twee jaar loondoorbetaling van je werkgever (artikel 7:629 BW), en word je daarna ontslagen, dan telt die hele ziekteperiode mee voor de 26-wekeneis. Dit is een belangrijk verschil met bijvoorbeeld de zelfstandigenregeling (IOAZ), waar geen ziekteperiodes meetellen.
Hoeveel WW krijg je precies?
Het UWV berekent je dagloon op basis van je inkomen in de 12 maanden voordat je werkloos werd. Alle looncomponenten tellen mee: vakantiegeld, 13e maand, provisie, overwerk. Ook eindejaarsuitkeringen en bonussen worden doorgerekend.
De eerste twee maanden ontvang je 75% van dat dagloon, daarna 70%. Dat lijkt redelijk, maar er zit een plafond aan. Het maximale dagloon bedraagt in 2026 ongeveer €281 per dag (dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd). Verdiende je €4.500 bruto per maand, dan krijg je dus niet 70% van €4.500, maar 70% van het gemaximeerde bedrag.
Concreet betekent dit dat je maximale WW-uitkering neerkomt op zo'n €2.050 netto per maand in de eerste twee maanden, daarna ongeveer €1.920 netto. Dit is een ruwe schatting, want de precieze netto-uitkering hangt af van je persoonlijke situatie (heffingskorting, eventuele toeslagen).
Verdien je juist minder dan modaal, dan voel je het verlies van 25-30% van je inkomen direct. Heb je een hypotheek of huurhuis van €1.200 per maand, dan wordt het snel krap. De Belastingdienst kent wel een tegemoetkoming in de vorm van huurtoeslag of zorgtoeslag als je inkomen zakt, maar deze regelingen kennen wachttijden en voorwaarden.
De duur van je uitkering hangt af van je arbeidsverleden
Maximaal ontvang je 24 maanden WW. Dit staat expliciet vermeld op de website van het UWV. Maar weinig mensen halen dit maximum. De duur hangt namelijk af van hoeveel jaar je gewerkt hebt in de tien jaar vóór je ontslag.
De formule: voor elk gewerkt jaar in de afgelopen tien jaar krijg je één maand WW, met een minimum van drie maanden en een maximum van 24 maanden. Heb je vijf jaar gewerkt, dan krijg je vijf maanden WW. Heb je tien jaar onafgebroken gewerkt, dan krijg je het volle pond van 24 maanden.
Een counter-intuïtief gevolg: iemand die op zijn 55e na 30 jaar dienstverband ontslagen wordt, krijgt geen 30 maanden WW. Het UWV kijkt alleen naar de laatste tien jaar. Omdat die persoon tien jaar gewerkt heeft, krijgt hij 24 maanden (het maximum). Iemand die daarentegen op zijn 25e na twee jaar werken ontslagen wordt, krijgt slechts drie maanden (het minimum), ook al heeft hij twee jaar opgebouwd.
Deze regeling raakt vooral jonge werknemers en mensen die eerder een onderbreking hadden (bijvoorbeeld voor zorg of studie). Werk je vier jaar, stop je een jaar, en hervat je daarna, dan telt dat eerdere dienstverband niet meer volledig mee als je binnen vijf jaar ontslagen wordt.
Wanneer word je gekort of uitgesloten?
Het UWV kan je uitkering weigeren of tijdelijk stopzetten als je "verwijtbaar werkloos" bent geworden. Dit begrip uit artikel 24 Werkloosheidswet dekt situaties waarin jij zelf de ontslagreden hebt veroorzaakt.
Voorbeelden van verwijtbare werkloosheid:
- Je bent ontslagen wegens diefstal, fraude of ernstig plichtsverzuim
- Je hebt je werkgever gedwongen je te ontslaan door opzettelijk slecht te presteren
- Je hebt een vaststellingsovereenkomst getekend terwijl er geen enkel ontslag dreigde (en je dus vrijwillig stopt)
Bij verwijtbare werkloosheid legt het UWV meestal een maatregel op van enkele weken tot 26 weken. In die periode krijg je geen uitkering. Daarna start de WW alsnog, voor de resterende duur.
Een kanttekenplaatsing: het UWV moet bewijzen dat je verwijtbaar handelde. Krijg je ontslag omdat je werk onvoldoende was, maar heb je dit niet opzettelijk gedaan, dan ben je niet verwijtbaar werkloos. Heb je echter nooit gereageerd op waarschuwingen, trainingen geweigerd of bewust je werk laten liggen, dan kan het UWV wel een maatregel opleggen.
Andere situaties die je uitkering beïnvloeden:
- Weiger je passend werk, dan kan je uitkering blijvend stopgezet worden
- Kom je sollicitatieverplichtingen niet na, dan krijg je een korting van 100% voor maximaal twee maanden
- Verzwijg je inkomsten uit bijbanen, dan pleeg je fraude (artikel 27c WW) en kan je uitkering definitief ingetrokken worden, inclusief terugvordering
De sollicitatieplicht: concreter dan je denkt
Vanaf dag één moet je solliciteren naar werk. Het UWV eist dat je "voldoende en passende" sollicitatiepogingen onderneemt. Wat is voldoende? Het UWV noemt geen vast aantal, maar in de praktijk verwachten ze minimaal vier sollicitaties per vier weken als je in een regio woont met voldoende vacatures.
Passend werk is de eerste zes maanden werk op jouw niveau en in jouw vakgebied. Ben je fysiotherapeut, dan hoef je de eerste maanden geen kassière-functie te accepteren. Na zes maanden verruimt de definitie. Dan moet je ook werk accepteren dat qua salaris tot 10% lager ligt dan je oude baan. Na een jaar wordt die marge nog groter.
Een ongemakkelijke waarheid: geografische mobiliteit wordt verwacht. Woon je in Groningen en is er werk in Zwolle, dan moet je overwegen te verhuizen of dagelijks te reizen (mits de reistijd redelijk is, doorgaans maximaal drie uur per dag). Dit stuit op verzet, maar het UWV handhaaft deze lijn strikt. Alleen als je bijvoorbeeld mantelzorger bent of thuiswonende kinderen hebt die niet mee kunnen verhuizen, kun je een uitzondering krijgen.
Het UWV controleert dit door middel van tussentijdse gesprekken en de zogenoemde "werkmap". Je moet alle sollicitaties registreren, inclusief afwijzingen. Doe je dit niet of onvoldoende, dan volgt een maatregel.
Bijverdienen naast je WW
Je mag werken terwijl je WW ontvangt. Dat klinkt vreemd, maar het is zelfs aangemoedigd. Het UWV hanteert echter wel een verrekenregels. Voor inkomsten uit werk geldt een vrijlating van 50% van je dagloon per maand. Verdien je meer, dan wordt dat bedrag volledig gekort op je uitkering.
Een rekenvoorbeeld. Je WW-uitkering is €1.800 per maand en je dagloon is €90. Je mag dan €1.350 per maand (50% van 30 dagen x €90) bijverdienen zonder korting. Verdien je €1.600 bij, dan wordt €250 gekort op je uitkering.
Toch is bijverdienen aantrekkelijk. Ten eerste hou je meer geld over dan alleen je uitkering. Ten tweede blijf je actief op de arbeidsmarkt, wat je kansen op vast werk vergroot. Ten derde bouw je tijdens die bijbaan gewoon weer WW-rechten op, mits je voldoende uren werkt.
Een addertje onder het gras: als zzp'er bijverdienen is lastiger. Het UWV kijkt naar je winst uit onderneming. Die winst wordt vaak forfaitair berekend, waardoor je snel meer "verdient" dan je daadwerkelijk ontvangt. Dit leidt tot kortingen die groter zijn dan je werkelijke inkomen. Voor de belastingdienst ben je als zzp'er immers ondernemer, niet werknemer. Overweeg je als werkloze zzp'er te worden, laat je dan eerst adviseren door een arbeidsrechtadviseur of het UWV zelf.
Wanneer ben je uitgesloten van WW?
Er zijn groepen die nooit in aanmerking komen voor een werkloosheidsuitkering, ongeacht hun arbeidsverleden.
Je krijgt géén WW als:
- Je de AOW-leeftijd bereikt hebt (in 2026: 67 jaar en 3 maanden)
- Je minder dan 26 weken gewerkt hebt in het referentiejaar (de refertejaar, de 36 weken voor werkloosheid)
- Je alleen als zelfstandige gewerkt hebt zonder loondienst (tenzij je valt onder de IOAZ, de regeling voor zelfstandigen die in 2024 is ingevoerd)
- Je in het buitenland woont en daar werkloos wordt (met uitzonderingen binnen de EU via detachering)
Ook mensen met een nulurencontract zitten in een lastig parket. Werk je gemiddeld te weinig uren om het minimumloon te halen, dan bouw je geen rechten op. Dit treft vooral studenten, scholieren en mensen in de horeca. Zij betalen wel premies via hun loonstrook, maar krijgen er niets voor terug.
Het verschil tussen WW en bijstand
Kom je niet in aanmerking voor WW, dan rest vaak de bijstand (Participatiewet). Maar dit zijn fundamenteel verschillende regelingen.
De WW is een werknemersverzekering. Je hebt premie betaald via je loonstrook en bouwt rechten op. De hoogte hangt af van je oude salaris. Je mag vermogen hebben (bijvoorbeeld een eigen huis, spaargeld tot €34.060 voor een alleenstaande in 2026). De gemeente houdt zich er niet mee bezig, het gaat via het UWV.
De bijstand is een vangnet voor wie geen enkel inkomen heeft. De hoogte is gekoppeld aan het sociaal minimum (€1.476 netto voor een alleenstaande in 2026, afhankelijk van de gemeente). Er geldt een strenge vermogenstoets: meer dan €7.520 spaargeld en je krijgt niets. Ook een te dure auto of tweede woning sluit je uit. De gemeente voert regie, niet het UWV.
Toch loopt ongeveer 40% van de mensen die van WW naar bijstand gaan binnen een jaar vast in bureaucratie. De overgang verloopt niet automatisch. Je moet zelf een aanvraag doen bij de gemeente, en die neemt soms acht weken de tijd voor een besluit. Leef je intussen van niets? Dan kan een voorschot helpen, maar ook dat moet je aanvragen.
Wat als het UWV je afwijst?
Krijg je een afwijzing, dan heb je zes weken de tijd voor bezwaar (artikel 7:1 Algemene wet bestuursrecht). Dit doe je schriftelijk bij het UWV. Leg uit waarom je het niet eens bent met de beslissing, en voeg nieuw bewijs toe als je dat hebt.
Het UWV doet een heroverweging. Verandert er niets, dan kun je in beroep bij de rechtbank. Dit kost geen geld (er is geen griffierecht bij bestuursrechtzaken) en je kunt jezelf vertegenwoordigen. Toch is het verstandig om juridische hulp in te schakelen via het Juridisch Loket of een gespecialiseerd advocaat. Veel cao's of rechtsbijstandverzekeringen dekken deze kosten.
De kans van slagen hangt volledig af van je onderbouwing. Heb je geen bewijs voor je "dringende reden" om ontslag te nemen, dan wint het UWV. Kun je aantonen dat je werkgever structureel over de schreef ging en dat je alle interne procedures volgde, dan draait de zaak vaak in jouw voordeel.
Uit cijfers van de Raad voor de Rechtspraak blijkt dat ongeveer 30% van de beroepen tegen UWV-beslissingen over de WW slaagt. Dat is hoger dan bij andere uitkeringen. De reden: het UWV maakt vaker fouten bij de beoordeling van verwijtbaarheid of bij de berekening van arbeidsverleden.
Wat niemand je vertelt: de overloopregeling bij ziekte
Word je ziek terwijl je werkloos bent en een WW-uitkering ontvangt, dan blijft je uitkering gewoon doorlopen. Maar na 13 weken ziekte eindigt de WW en schuif je door naar de Ziektewet (ZW). Die uitkering is even hoog als de WW, dus financieel merk je er niets van.
Toch is dit verschil cruciaal. De Ziektewet kent strengere controles. Het UWV stuurt een verzekeringsarts langs die beoordeelt of je echt ziek bent. Daarnaast moet je meewerken aan re-integratie, ook als je nog ziek bent. Weiger je, dan kan je uitkering stopgezet worden.
Bovendien telt de Ziektewet-periode niet mee voor je WW-duur. Stel je hebt recht op 12 maanden WW, je wordt na 3 maanden ziek en blijft dat 6 maanden. Dan heb je daarna nog steeds recht op 9 maanden WW (12 min 3). De 6 maanden Ziektewet worden als het ware "gepauzeerd". Dit kan gunstig uitpakken als je daarna snel nieuw werk vindt en opnieuw werkloos wordt: je oude WW-rechten herleven.
Wanneer moet je een arbeidsrechtadviseur inschakelen?
Raadpleeg een specialist als:
- Je een beëindigingsovereenkomst aangeboden krijgt en niet begrijpt wat die betekent voor je WW
- Het UWV stelt dat je verwijtbaar werkloos bent terwijl je dat zelf anders ziet
- Je dreigt ontslagen te worden en je wilt de best mogelijke deal
- Je twijfelt of je dringende reden genoeg is om zelf ontslag te nemen zonder je WW te verliezen
Het Juridisch Loket biedt gratis advies tot drie uur per jaar. Dat is vaak voldoende voor een eerste inschatting. Voor daadwerkelijke rechtsbijstand kun je terecht bij een advocaat. Controleer of je rechtsbijstandverzekering dit dekt, veel verzekeraars sluiten arbeidsconflicten uit tenzij je een aparte module hebt afgesloten.
Arbeidsrecht is complex. Een fout kan je duizenden euro's kosten. Een beëindigingsovereenkomst waarbij je te weinig vergoeding krijgt of onbedoeld je WW verspeelt, kun je meestal niet terugdraaien. Een investering van €500 tot €1.500 voor juridisch advies voorkomt dat je €15.000 aan WW-rechten misloopt.