Werkloosheidsuitkering berekenen: hoeveel krijg je echt?
werkloosheidsuitkering berekenen
Werkloosheidsuitkering berekenen: zó weet je precies waar je aan toe bent
Je baan kwijtraken is stressvol genoeg. En dan krijg je er ook nog eens een berg aan vragen bij: hoeveel geld krijg ik van het UWV? Hoelang duurt mijn uitkering? En waarom staat er op forums soms 75% en soms 70%?
Als arbeidsrechtadviseur merk ik dat veel mensen verrast worden door het uiteindelijke bedrag op hun bankrekening. Niet omdat het UWV fouten maakt, maar omdat ze verkeerd hebben gerekend. De berekening van een WW-uitkering zit namelijk vol valstrikken: van wisselnde percentages tot maximumbedragen die niemand je vertelt.
Dit artikel legt uit hoe je zelf je werkloosheidsuitkering kunt berekenen, welke variabelen meespelen en waar je moet opletten. Met concrete voorbeelden, zodat je precies weet waar je financieel staat voordat je werkloos wordt.
Wat is je dagloon en waarom begint alles daar
De basis van elke WW-berekening is je dagloon. Dat klinkt simpel, maar je bruto maandsalaris delen door 30 is het niet. Het UWV gebruikt een specifieke formule die uitgaat van je gemiddelde loon over de laatste 12 maanden vóór je werkloos werd.
Stel je verdient €3.500 bruto per maand, zonder bonussen of wisselende toeslagen. Dan berekent het UWV je dagloon zo:
- Totaal loon afgelopen jaar: €42.000
- Aantal kalenderdagen: 365
- Dagloon: €42.000 ÷ 261 werkdagen = €160,92
Let op: het UWV rekent met werkdagen, niet kalenderdagen. Ze gebruiken standaard 261 werkdagen per jaar (52 weken × 5 dagen, min feestdagen).
Heb je variabele inkomsten gehad? Ploegentoeslag, overwerkvergoeding of een dertiende maand? Die tellen mee, maar worden uitgemiddeld over het hele jaar. Dit kan in jouw voordeel werken als je bijvoorbeeld in december een forse eindejaaruitkering kreeg, maar ook tegen je als je net een slechte maand achter de rug hebt.
Een concrete valkuil: als je pas 8 maanden in dienst was toen je werkloos werd, kijkt het UWV naar die kortere periode. Dat kan je dagloon flink beïnvloeden, zeker als je eerder een lager loon had of net een loonsverhoging kreeg.
Van dagloon naar uitkeringsbedrag: de percentages
Nu komt het deel waar veel mensen de mist in gaan. Je WW-uitkering is niet gewoon "een percentage van je loon". Het percentage verandert na twee maanden.
Volgens de officiële informatie van het UWV geldt: de eerste twee maanden ontvang je 75% van je dagloon, daarna zakt dit naar 70% van je dagloon. Deze percentages gelden bruto. Je betaalt er dus nog gewoon belasting en premies over.
Neem het voorbeeld van daarnet, met een dagloon van €160,92:
- Maand 1-2: €160,92 × 21,67 werkdagen × 0,75 = €2.614 bruto per maand
- Maand 3 en verder: €160,92 × 21,67 werkdagen × 0,70 = €2.446 bruto per maand
(Het UWV rekent met gemiddeld 21,67 werkdagen per maand: 260 werkdagen ÷ 12 maanden)
Die €168 bruto minder per maand vanaf maand 3 voelt netto nog harder. Bij een gemiddeld belastingtarief verlies je zo'n €100 à €120 netto per maand extra. Plan hier rekening mee: je eerste WW-maanden zijn financieel nog te doen, maar daarna wordt het krapper.
Een nuance die je nergens leest: die eerste twee maanden zijn vaak al verstreken voordat je eerste uitkering binnen is. Het UWV heeft minimaal een week nodig om je aanvraag te verwerken, en bij drukte kan dat oplopen. Je eerste betaling krijg je achteraf, dus reken erop dat je minstens drie weken moet overbruggen zonder inkomen. Heb je geen buffer? Vraag dan meteen bijzondere bijstand aan bij je gemeente.
Het maximumdagloon: de onzichtbare grens
Hier wordt het interessant, vooral voor mensen met een hoger salaris. De WW kent een maximumdagloon. In 2026 ligt die grens rond de €290 per dag (dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd en verschilt per jaar).
Verdien je meer? Dan wordt je uitkering tóch berekend over dat maximumbedrag.
Concreet voorbeeld: je verdient €6.000 bruto per maand. Je dagloon zou dan ongeveer €275 zijn, wat nét onder het maximum ligt. Je WW-uitkering wordt dan:
- Eerste 2 maanden: €275 × 21,67 × 0,75 = €4.470 bruto
- Daarna: €275 × 21,67 × 0,70 = €4.172 bruto
Maar verdien je €8.000 per maand? Dan heb je een theoretisch dagloon van €366, maar het UWV kapt dat af bij het maximumdagloon van circa €290. Je krijgt dus maximaal:
- Eerste 2 maanden: €290 × 21,67 × 0,75 = €4.713 bruto
- Daarna: €290 × 21,67 × 0,70 = €4.402 bruto
Het verschil tussen €8.000 en €4.400 is enorm. Wie goed verdient, ziet dus relatief het grootste inkomensverlies bij werkloosheid. Een reden waarom adviseurs altijd aanraden om een aanvullende werkloosheidsverzekering te overwegen bij een salaris boven de €5.000 bruto.
Check vóór ontslag of je in deze categorie valt. Het maakt echt verschil voor je financiële planning.
Hoelang duurt je uitkering precies
De duur van je WW-uitkering hangt af van je arbeidsverleden. Hoe langer je hebt gewerkt, hoe langer je uitkering duurt. Maar ook hier zit een maximum.
Volgens het UWV duurt de WW-uitkering maximaal 24 maanden. Dit is de absolute bovengrens, ongeacht hoe lang je hebt gewerkt. Heb je 10 jaar gewerkt of 40 jaar, het maakt voor de maximumduur niet uit.
De precieze berekening werkt zo:
- Voor elk jaar dat je in de laatste 36 jaar hebt gewerkt, krijg je één maand WW
- Heb je vier van de laatste vijf jaar gewerkt? Dan begint je uitkering met drie maanden basisuitkering
- Daarna volgt de verlengde uitkering, die afhangt van je arbeidsverleden
Een rekenvoorbeeld: Fatima (34 jaar) heeft na haar studie 10 jaar fulltime gewerkt. Ze is vier van de laatste vijf jaar in dienst geweest. Haar WW-uitkering duurt:
- 3 maanden basisuitkering
- Plus 10 maanden verlengde uitkering (10 jaar arbeidsverleden)
- Totaal: 13 maanden WW
Hassan (52 jaar) werkt al 28 jaar. Hij krijgt:
- 3 maanden basisuitkering
- Plus 21 maanden verlengde uitkering (maximum is 24 maanden min 3 maanden basis)
- Totaal: 24 maanden WW
Let op: als je in deeltijd werkte, wordt je arbeidsverleden naar verhouding omgerekend. Werkte je 10 jaar voor 20 uur per week (50% parttime)? Dan telt dat als 5 jaar arbeidsverleden voor de WW-duur.
Van bruto naar netto: wat blijft er over
De percentages die het UWV noemt zijn altijd bruto. Over je WW-uitkering betaal je gewoon loonheffing en premies, net als bij een normaal salaris. Er zijn wel verschillen:
Je betaalt géén:
- Premie werknemersverzekeringen (dit scheelt ongeveer 0,5%)
- Pensioenpremie (maar je bouwt dus ook geen pensioen op)
Je betaalt wél:
- Loonbelasting (tarief hangt af van je totale inkomen)
- Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet
Een grove vuistregel: van je bruto WW-uitkering blijft ongeveer 70% over als netto bedrag. Bij een bruto uitkering van €2.446 per maand (ons eerdere voorbeeld) hou je dus zo'n €1.710 netto over.
Heb je daarnaast inkomsten uit bijvoorbeeld verhuur, of krijgt je partner een goed salaris? Dan kan je belastingtarief hoger liggen en blijft er minder over. Gebruik de rekentools op de website van de Belastingdienst om je exacte netto-uitkering te berekenen. Die tools zijn verrassend accuraat.
Vergeet ook niet het verplichte eigen risico van de zorgverzekering. In 2026 is dat €385 per jaar. Bij chronische klachten of geplande zorg kan dit flink in je begroting wegen, zeker nu je inkomen lager is.
Bijverdienen naast je WW: grenzen en spelregels
Je mag werken naast je WW-uitkering, maar er gelden strikte regels. Dit is cruciaal voor je berekening, want bijverdiensten beïnvloeden je uitkering direct.
Verdien je minder dan €9,76 per dag (2026)? Dan wordt dit niet gekort op je uitkering. Dit heet de vrijlating. Elke euro die je dáár bovenop verdient, wordt gekort op je WW-uitkering. Let op: dit bedrag geldt per dag, niet per maand. Op maandbasis is de vrijlating ongeveer €211.
Concreet: je ontvangt €2.446 bruto WW per maand en gaat een dag per week freelancen voor €400 per maand. Per dag is dat €400 ÷ 4 = €100. Daarvan is €9,76 vrijgelaten, dus er wordt €90,24 per dag gekort. Over een maand betekent dit een korting van circa €361 op je uitkering.
Je nieuwe bruto inkomen wordt dan:
- WW-uitkering: €2.446 - €361 = €2.085
- Bijverdienste: €400
- Totaal: €2.485 bruto
Je verdient dus maar €39 meer, terwijl je vier dagen per maand extra werkt. Dit maakt bijverdienen naast WW vaak minder aantrekkelijk dan mensen denken.
Belangrijke uitzondering: vrijwilligersvergoedingen tot €1.900 per jaar (2026) worden niet gekort. Ontvang je een vrijwilligersvergoeding van €150 per maand? Die mag je volledig houden bovenop je WW.
Meld álle inkomsten bij het UWV, ook kleine bedragen. Bij controle kan het UWV terugvorderen met boetes tot wel 100% van het te veel ontvangen bedrag. De fraudecontroles zijn streng, en het UWV heeft toegang tot je bankafschriften.
Veelgemaakte fouten bij het zelf berekenen
Na 15 jaar advieswerk zie ik steeds dezelfde rekenmistakes terugkomen:
Fout 1: Vakantiegeld vergeten Veel mensen vergeten dat het UWV het vakantiegeld al meeneemt in je maandelijkse uitkering. Je krijgt dus géén aparte vakantiegeld-uitkering in mei of juni. Dit is anders dan bij loon. Budget hier rekening mee: waar je normaal in juni een dubbel salaris kreeg, ontvang je nu gewoon je normale WW-bedrag.
Fout 2: Netto en bruto verwarren De 75% en 70% zijn bruto percentages. Reken je eigen budget op netto basis uit, anders kom je onplezierig bedrogen uit.
Fout 3: Niet indexeren De maximumdaglonen en vrijlatingen worden jaarlijks aangepast. Gebruik altijd de cijfers van het jaar waarin je werkloos wordt, niet wat je twee jaar geleden op een forum las.
Fout 4: Arbeidsverleden verkeerd tellen Stages, bijbanen tijdens je studie en werk in het buitenland tellen niet altijd mee. Het UWV kijkt naar jaren waarin je de volledige werknemersverzekeringen hebt betaald. Heb je twijfels over je arbeidsverleden? Vraag bij het UWV je digitale arbeidsverleden op via MijnUWV. Dat geeft duidelijkheid.
Fout 5: Te laat aanvragen Je WW-uitkering gaat pas in vanaf de dag dat je deze aanvraagt. Wacht je een week? Dan mis je die week aan uitkering. Vraag je WW daarom aan op je eerste werkloze dag, ook al heb je nog niet alle documenten compleet. Je kunt ontbrekende informatie later aanvullen.
Speciale situaties die je berekening beïnvloeden
Sommige situaties maken de berekening complexer:
Ontslag tijdens ziekte Ben je ziek op het moment dat je werkloos wordt? Dan heb je mogelijk eerst recht op een Ziektewet-uitkering in plaats van WW. Die bedraagt 70% van je dagloon (geen 75% in de eerste maanden). Pas na je herstel gaat de WW in. Dit kan betekenen dat je minder ontvangt dan verwacht.
Seizoenswerk Werk je alleen in bepaalde maanden (horeca, recreatie, bouw)? Dan berekent het UWV je dagloon over de maanden dat je wél werkte. Verdien je €3.000 bruto in zes zomermaanden en niets in de winter? Dan is je dagloon gebaseerd op €18.000 verdeeld over 261 werkdagen. Dit geeft een lager dagloon dan mensen met een jaarrond-contract voor hetzelfde totaalbedrag.
50-plussers Ben je 50 jaar of ouder op de eerste dag van je WW? Dan gelden soms langere uitkeringstermijnen, afhankelijk van wanneer je werkloos bent geworden en je arbeidsverleden. De regelgeving hierover is de afgelopen jaren vaak gewijzigd. Raadpleeg het UWV of een arbeidsrechtadvocaat voor je specifieke situatie.
Kort arbeidsverleden Heb je minder dan vier van de laatste vijf jaar gewerkt? Dan ontvang je mogelijk een kortere uitkering of zelfs helemaal geen WW. Je moet minimaal 26 van de laatste 36 weken hebben gewerkt om überhaupt in aanmerking te komen. Tel dit precies na, want één week te weinig betekent geen WW maar een beroep op bijstand met veel lagere bedragen.
Wanneer een arbeidsrechtadviseur raadplegen
Een WW-uitkering berekenen kan je grotendeels zelf, maar er zijn situaties waarin professioneel advies hard nodig is:
Schakel een adviseur of advocaat in wanneer:
- Je ontslag ter discussie staat (bij ontslag op staande voet krijg je vaak een WW-boete of afwijzing)
- Je denkt dat het UWV je dagloon verkeerd heeft berekend
- Je arbeidsverleden complex is (veel verschillende banen, periodes in het buitenland, zelfstandigenperiodes)
- Het UWV je uitkering weigert of stopzet
- Je een vaststellingsovereenkomst of beëindigingsovereenkomst moet tekenen (dit kan invloed hebben op je WW-recht)
- Je twijfelt of je wel/geen recht hebt op WW door de manier van ontslag
Een eerste adviesgesprek bij een gespecialiseerd advocatenkantoor kost vaak tussen de €150 en €300. Dit kan je duizenden euro's besparen als blijkt dat je WW hoger zou moeten zijn of langer duurt dan het UWV aangeeft.
Lid van een vakbond? Dan krijg je vaak gratis rechtsbijstand bij arbeidsconflicten en WW-problemen. Ook rechtsbijstandsverzekeringen dekken arbeidsrecht meestal, al geldt er vaak een wachttijd van drie maanden.
Bij simpele vragen kun je terecht bij het gratis juridisch loket of de sociale dienst van je gemeente. Zij kunnen geen complexe zaken behandelen, maar helpen wel bij basale WW-vragen en het invullen van formulieren.
Praktische stappenplan: bereken je eigen WW-uitkering
Wil je nu zelf aan de slag? Volg deze stappen:
Stap 1: Verzamel je loonstroken van de afgelopen 12 maanden Stap 2: Tel alle bruto bedragen bij elkaar op (inclusief vakantiegeld, bonussen, toeslagen) Stap 3: Deel dit totaal door 261 werkdagen = je dagloon Stap 4: Check of dit dagloon onder het maximumdagloon valt (circa €290 in 2026) Stap 5: Bereken je bruto maanduitkering: dagloon × 21,67 × 0,75 (eerste 2 maanden) of × 0,70 (daarna) Stap 6: Bereken je netto-uitkering via de rekentool van de Belastingdienst Stap 7: Tel uit hoelang je uitkering duurt op basis van je arbeidsverleden
Voorbeeld-uitkomst voor een gemiddelde situatie:
- Bruto jaarsalaris: €42.000
- Dagloon: €161
- Uitkering maand 1-2: €2.614 bruto / ±€1.830 netto
- Uitkering maand 3+: €2.446 bruto / ±€1.710 netto
- Duur: 13 maanden (bij 10 jaar arbeidsverleden)
Download eventueel de WW-rekentool op de website van het UWV zelf. Die tool is het meest betrouwbaar en wordt actueel gehouden.
Wat te doen als je uitkering niet klopt
Krijg je minder dan verwacht? Dit zijn je opties:
Binnen zes weken na de beschikking kun je bezwaar maken bij het UWV. Dit doe je schriftelijk, met duidelijke onderbouwing waarom je vindt dat de berekening niet klopt. Stuur kopieën van loonstroken, arbeidscontracten of andere relevante documenten mee.
Het UWV heeft vervolgens acht weken om op je bezwaar te reageren (met mogelijke verlenging tot 14 weken). Krijg je opnieuw een afwijzing? Dan kun je binnen zes weken in beroep bij de rechtbank.
Let op: tijdens de bezwaarprocedure blijft je uitkering doorlopen op het door het UWV vastgestelde bedrag. Krijg je later gelijk? Dan wordt het verschil met terugwerkende kracht uitbetaald inclusief wettelijke rente.
Uit ervaring: bezwaarschriften waarbij mensen simpelweg roepen dat het bedrag te laag is zonder onderbouwing, worden vrijwel altijd afgewezen. Kom je met concrete berekeningen en bewijsstukken? Dan is je slagingskans veel hoger.
Bij twijfel: laat je bezwaarschrift nakijken door een arbeidsrechtadviseur voordat je het instuurt. Een goed onderbouwd bezwaar leidt vaak tot herziening zonder dat je naar de rechter hoeft.