www.werkuitleg.nl
Editie 2026
WerkUitleg
Pensioen

AOW: wat zegt het onderzoek?

verschil tussen aow

Het verschil tussen AOW en andere pensioenvormen: waar je echt op moet letten

Je hoort vaak over "pensioen" of "AOW", maar veel mensen gebruiken beide termen door elkaar. Dat is een misverstand dat je duur kan komen te staan. De AOW is slechts een deel van je inkomen na je 67ste. Het grootste verschil? Je AOW krijg je van de overheid, je pensioen van je werkgever of jezelf.

Stel: je bent 35 jaar, verdient €3.500 bruto per maand en denkt dat je straks gewoon blijft leven zoals nu. Grote kans dat je voor een onaangename verrassing komt te staan. De AOW bedraagt momenteel ongeveer €1.450 netto per maand voor alleenstaanden. Dat is minder dan de helft van wat je nu waarschijnlijk netto overhoudt.

Wat de AOW precies inhoudt volgens de Nederlandse wet

De AOW staat voor Algemene Ouderdomswet. Deze regeling dateert uit 1957 en vormt het basisinkomen voor iedereen die de AOW-leeftijd bereikt. De wet staat in de Algemene Ouderdomswet (AOW), artikel 6 en verder.

De AOW-leeftijd ligt in 2026 op 67 jaar. Die leeftijd blijft tot minimaal 2028 op 67 jaar staan, daarna wordt gekeken naar de levensverwachting. Elk jaar dat je tussen je 15de en je AOW-leeftijd in Nederland woont of werkt, bouw je 2% AOW-recht op. Wie 50 jaar in Nederland woont, krijgt dus 100% AOW.

Het bedrag krijg je maandelijks uitbetaald door de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Per 2026 ligt het bedrag voor alleenstaanden rond de €1.450 netto per maand, voor gehuwden of samenwonenden ongeveer €1.000 per persoon. Die bedragen worden twee keer per jaar aangepast aan de loonontwikkeling.

Een cruciaal detail waar veel mensen niet bij stilstaan: de AOW is een omslagstelsel. Dat betekent dat werkenden nu betalen voor de gepensioneerden van nu. Jouw AOW-premie (via de belastingen) verdwijnt niet naar een potje met jouw naam erop. De jongere generatie betaalt straks voor jou.

Hoe pensioen via je werkgever werkt

Pensioen via je werkgever heet ook wel tweede pijler pensioen. Dit wordt geregeld in de Pensioenwet. De meeste werkgevers hebben een verplichte pensioenregeling via een pensioenfonds of verzekeraar. Je betaalt elke maand premie, je werkgever doet dat ook.

Het grote verschil met AOW: dit geld wordt wel gespaard en belegd onder jouw naam. Of eigenlijk: ten behoeve van jouw pensioen. Bij een middelloonregeling bouw je elk jaar een bepaald percentage van je salaris op als pensioenrecht. Bijvoorbeeld 1,875% per jaar. Werk je 40 jaar, dan bouw je 75% van je gemiddelde salaris op aan pensioen.

Klinkt ingewikkeld? Een voorbeeld maakt het duidelijk. Je werkt van je 27ste tot je 67ste, steeds 40 jaar. Je gemiddelde salaris over die periode is €45.000 bruto per jaar. Met een opbouw van 1,875% per jaar krijg je straks 75% van €45.000 = €33.750 bruto per jaar aan pensioen. Dat is €2.812 bruto per maand, bovenop je AOW.

Maar er zit een adder onder het gras. Veel pensioenfondsen zitten niet goed in hun financiën. De rente was jarenlang laag, waardoor beleggen moeilijk was. Veel fondsen hebben daarom gekort of de pensioenen niet geïndexeerd. Indexatie betekent dat je pensioen meegroeit met de inflatie. Zonder indexatie koopt je pensioen elk jaar minder.

De derde pijler: wat je zelf regelt

Naast AOW en werkgeverspensioen bestaat de derde pijler. Dat zijn alle voorzieningen die je zelf treft: lijfrente, banksparen, eigen woning, beleggingen.

Een lijfrente bouwt je fiscaal voordelig op via box 1. Je mag een deel van je inkomen aftrekken als je dit in een lijfrente stopt. Later betaal je belasting over de uitkering. Het voordeel: je betaalt meestal minder belasting over je pensioeninkomen dan over je werkinkomen, omdat je meestal in een lagere schijf valt.

Banksparen voor pensioen werkt soortgelijk, maar dan via de bank in plaats van een verzekeraar. Je eigen woning telt ook mee: geen huur betalen scheelt een flinke kostenpost. Daarom rekent het nibud een afgeloste eigen woning mee als pensioenvoorziening.

Wat vrijwel niemand weet: je kunt ook gewoon sparen of beleggen zonder fiscaal voordeel. Dit heeft een voordeel dat te weinig mensen benoemen. Je mag er altijd bij als het financieel tegenzit. Bij een lijfrente of bankspaarproduct kun je er pas bij vanaf je pensioen. Nood aan de man? Pech gehad.

Waarom AOW en pensioen verschillen in uitkeringshoogte

De AOW is een basisvoorziening. Het idee: iedereen moet een bestaansminimum hebben. Het bedrag ligt daarom niet hoog. Het is ongeveer gelijk aan het sociaal minimum, de huurtoeslaggrens. Wie alleen AOW heeft, moet zeer zuinig leven.

Je werkgeverspensioen daarentegen hangt af van je salaris en de jaren dat je hebt gewerkt. Verdien je meer, dan bouw je meer pensioen op. Werk je langer, ook. Dit leidt tot grote verschillen tussen gepensioneerden.

Een bijstandsmoeder die 20 jaar parttime werkte voor minimumloon heeft misschien nauwelijks pensioen opgebouwd. Een directeur die 40 jaar fulltime werkte voor een goed salaris krijgt wellicht €3.000 tot €4.000 pensioen per maand, bovenop de AOW. Het verschil kan dus oplopen tot een factor 10.

Dit verschil zorgt voor een politiek debat. Is het eerlijk dat iemand die hard werkte en veel premie betaalde ook veel pensioen krijgt? Of zouden we dit moeten herverdelen? De politiek worstelt hier al decennia mee.

Wat gebeurt er als je naar het buitenland vertrekt

Vertrek je naar Spanje of Thailand, dan loopt je pensioenopbouw gewoon door. Het pensioenfonds betaalt je pensioen ook uit in het buitenland. Meestal zelfs zonder inhouding, al hangt dat af van de belastingverdragen.

De AOW ligt ingewikkelder. Je bouwt alleen recht op als je in Nederland woont of werkt. Vertrek je voorgoed naar het buitenland, dan stopt de opbouw. Je krijgt alleen het percentage dat je hebt opgebouwd. Woonde je 30 van de 50 jaar in Nederland? Dan krijg je 60% van de volledige AOW.

Uitzondering: binnen de EU, EER en Zwitserland tellen je woon- en werkjaren in andere landen soms mee. Dit is geregeld in Europese verordening 883/2004. De SVB bekijkt per land wat je opbouwt.

Nog een verschil: de SVB betaalt de AOW in het buitenland uit, maar niet altijd tegen hetzelfde bedrag. In sommige landen buiten de EU krijg je minder. Dit staat in artikel 13 AOW. De gedachte: je hebt in dat land lagere kosten, dus waarom zou je hetzelfde bedrag krijgen?

Hoe belasting de uitkering beïnvloedt

De AOW is belast inkomen. Je betaalt er gewoon belasting over volgens de normale tarieven in box 1. Het voordeel: je krijgt wel de algemene heffingskorting en de ouderenkorting. Die kortingen verlagen je belasting flink.

Voor 2026 geldt een algemene heffingskorting van ongeveer €3.362 en een ouderenkorting van ongeveer €1.847 (bij een inkomen tot €42.776). Deze kortingen worden afgebouwd bij hogere inkomens. Hebben alleenstaanden alleen AOW, dan betalen ze nauwelijks belasting.

Je werkgeverspensioen is ook belast. Krijg je zowel AOW als pensioen, dan stapelen ze op. Samen kun je hierdoor in een hogere belastingschijf komen. Tot €38.098 betaal je 36,97% belasting, daarboven 49,5%. Krijg je €1.450 AOW en €2.000 pensioen, dan betaal je over een deel het hogere tarief.

De belastingdienst houdt automatisch loonheffing in op je pensioen. Daarbij houden ze rekening met je AOW. Toch kan het voorkomen dat je moet bijbetalen of terugkrijgt. De pensioenfondsen communiceren met de Belastingdienst via het gegevensknooppunt.

Wanneer je een onafhankelijk adviseur moet raadplegen

Vraag jezelf af: ben ik op de goede weg? Een globale check kun je zelf doen op Mijnpensioenoverzicht.nl. Daar zie je je AOW en je opgebouwde pensioen bij elkaar. De website geeft een indicatie van je inkomen na pensionering.

Kom je er niet uit, raadpleeg dan een onafhankelijk adviseur. Let op het woord onafhankelijk. Veel financieel adviseurs verdienen aan de producten die ze verkopen. Zij hebben er belang bij om jou een dure lijfrente of beleggingsproduct aan te smeren.

Een onafhankelijk adviseur werkt op uurbasis. Je betaalt bijvoorbeeld €150 tot €250 per uur, maar die adviseur verkoopt geen producten. Zoek naar een adviseur met de titel Registered Financial Planner (RFP) of Certified Financial Planner (CFP). Die hebben een gedegen opleiding.

Wanneer heb je echt advies nodig? Als je verwacht dat je pensioen onvoldoende wordt. Als je overslapt naar een andere baan en moet kiezen wat je met je opgebouwde pensioen doet. Als je ondernemer wordt en zelf verantwoordelijk wordt voor je pensioen. Of als je vermogen hebt en fiscaal voordelig wilt beleggen voor later.

Heb je een conflict met je pensioenfonds of de SVB? Dan kun je terecht bij de ombudsman pensioenen of de klachtencommissie van de SVB. Die procedures zijn gratis.

Verschillen in pensioen voor zelfstandigen zonder personeel

ZZP'ers krijgen wel AOW, maar geen verplicht pensioen via een werkgever. Logisch, want zij zijn hun eigen werkgever. Dit betekent dat de tweede pijler ontbreekt. Ze moeten zelf sparen of een lijfrente opbouwen.

Veel zzp'ers doen dat onvoldoende. Onderzoek van het Centraal Planbureau uit 2023 liet zien dat ongeveer 40% van de zzp'ers geen enkele pensioenvoorziening heeft naast de AOW. Zij komen straks in de financiële problemen.

Een zzp'er kan kiezen voor een lijfrente. Daarvoor geldt de jaarruimte en de reserveringsruimte. De jaarruimte is 30% van de winst uit onderneming, de reserveringsruimte bouwt op over de jaren dat je ondernemer bent. Die regels zijn complex, laat dit uitrekenen door een adviseur of accountant.

Sinds 2024 kunnen zzp'ers zich ook aansluiten bij bedrijfstakpensioenfondsen als hun branche dat toestaat. Dit heet de algemeen verbindend verklaarde regeling. Zzp'ers in bijvoorbeeld de bouw of de zorg kunnen vrijwillig meebetalen. Dit is aantrekkelijk: je betaalt vaak lagere kosten dan bij een verzekeraar.

De discussie over verplicht pensioen voor zzp'ers laait regelmatig op. Voorstanders wijzen op het risico dat zzp'ers straks een beroep doen op de bijstand. Tegenstanders vinden het betuttelend. Het kabinet wil in 2026 kijken naar regels, maar een concrete verplichting ligt er nog niet.

Wat niemand je vertelt over de geschatte uitkeringen

Op je Uniform Pensioenoverzicht (UPO) staat een geschat bedrag. Dat getal klopt bijna nooit. Het is gebaseerd op aannames: je salaris blijft gelijk, je blijft bij dezelfde werkgever, het fonds indexeert elk jaar, en je werkt door tot je 67ste.

De werkelijkheid ziet er anders uit. Je verandert van baan. Je salaris stijgt of daalt. Het fonds indexeert niet. Of je wordt arbeidsongeschikt of werkloos. Al die factoren verlagen je uiteindelijke pensioen.

Een concreet voorbeeld uit de praktijk. Iemand van 45 jaar ziet op zijn UPO een geschat pensioen van €2.500 per maand. Vijf jaar later verandert hij van baan. Bij de oude werkgever blijft het opgebouwde pensioen staan, maar zonder indexatie. Inflatie van 10% over vijf jaar betekent dat dit deel 10% minder waard wordt. Bij de nieuwe werkgever bouwt hij verder op, maar met een lager opbouwpercentage. Uiteindelijk komt hij uit op €2.100 in plaats van €2.500. Een verschil van €400 per maand, €4.800 per jaar.

De reden dat pensioenfondsen dit toch zo presenteren: ze zijn wettelijk verplicht een prognose te geven. Maar niemand heeft een kristallen bol. Zie het bedrag op je UPO als een richtsnoer, niet als garantie.

De AOW in combinatie met andere uitkeringen

Krijg je een WW-uitkering en bereik je de AOW-leeftijd? Dan stopt je WW direct. De AOW gaat voor. Hetzelfde geldt voor een WIA-uitkering (arbeidsongeschiktheidsuitkering). Bij het bereiken van de AOW-leeftijd stopt de WIA en krijg je AOW.

Wel kun je naast de AOW een ANW-uitkering krijgen. Dat is de Algemene Nabestaandenwet, voor nabestaanden van een overleden partner. De ANW en AOW kun je stapelen, al wordt de ANW wel gekort als je eigen inkomen boven een grens komt.

Krijg je bijstand en bereik je de AOW-leeftijd? Dan stopt de bijstand en krijg je AOW. Voor veel mensen levert dit weinig verschil op in inkomen, omdat zowel bijstand als AOW rond het sociaal minimum liggen. Wel verdwijnt de verplichte arbeidsinschakeling die bij bijstand hoort.

Een interessante uitzondering: de IOAW en IOAZ, uitkeringen voor oudere werklozen en zelfstandigen. Die uitkeringen stopten bij het bereiken van 65 jaar, maar mensen geboren voor 1950 kregen destijds IOAW/IOAZ totdat ze 65 waren. Door de verhoging van de AOW-leeftijd ontstond een gat. Daarvoor is overgangsrecht gemaakt, maar dat loopt nu af.

Verschillen tussen de oude en de nieuwe pensioenregels

Sinds 2024 is de Wet toekomst pensioenen van kracht. Dit verandert veel aan de manier waarop pensioenfondsen werken. De belangrijkste verandering: van een middelloonregeling naar een premieregeling.

Bij een middelloonregeling wist je precies hoeveel pensioen je opbouwde. Bij een premieregeling weet je alleen hoeveel er wordt ingelegd, niet hoeveel eruit komt. Het rendement bepaalt je uiteindelijke pensioen. Beleggen de fondsen goed? Dan krijg je meer. Gaat het mis? Dan krijg je minder.

Dit betekent meer risico voor jou als werknemer. Voorheen droeg het fonds het risico: ze moesten uitkeren wat was toegezegd. Nu draag jij het beleggingsrisico mee. De gedachte achter de wet: jong en oud delen eerlijker in de resultaten. Bij de oude regels ging rendement vooral naar gepensioneerden, nu profiteren werkenden ook direct.

Een ander verschil: pensioenfondsen mogen geen vaste pensioenbedragen meer toezeggen. Ze mogen alleen een ambitie uitspreken. Bijvoorbeeld: "We streven naar een pensioen van 70% van je gemiddelde salaris." Maar als het tegenzit, krijg je minder.

Dit raakt vooral mensen rond de 50. Zij hadden gerekend op het oude stelsel. Nu moeten fondsen overstappen, en dat levert vaak lagere verwachtingen op. Veel mensen in die leeftijdsgroep voelen zich benadeeld. De vakbonden hebben ingestemd met de nieuwe wet, maar de onvrede blijft.

Praktische stappen die je nu kunt zetten

Check je gegevens op Mijnpensioenoverzicht.nl. Kloppen je opgebouwde rechten? Staan alle werkgevers vermeld? Ontbreken er jaren? Meld fouten bij je pensioenfonds.

Bereken of je genoeg opbouwt. De vuistregel: je hebt 70% tot 80% van je laatste salaris nodig om dezelfde levensstandaard te behouden. Tel je AOW en pensioen bij elkaar op. Kom je lager uit? Dan moet je zelf aanvullen.

Overweeg vrijwillige inleg. Sommige werkgevers bieden dit aan via de pensioenregeling. Je kunt bijvoorbeeld je vakantiegeld of bonus laten storten in je pensioen. Dit levert fiscaal voordeel op, want je betaalt er nu geen belasting over. Later wel, maar dan waarschijnlijk tegen een lager tarief.

Los je hypotheek af. Een afgeloste eigen woning scheelt gemakkelijk €1.000 tot €1.500 per maand aan kosten. Dat compenseert een lager pensioen deels. Het NIBUD berekent dat een afgeloste woning gelijk staat aan ongeveer €250.000 extra pensioenkapitaal.

Ga niet eerder stoppen met werken tenzij je hebt doorgerekend wat dat kost. Elk jaar eerder stoppen betekent een jaar minder opbouw en een jaar langer teren op je vermogen. Stop je op je 65ste in plaats van je 67ste? Dan mis je twee jaar opbouw en moet je twee jaar langer rondkomen van je spaargeld. Dit kan oplopen tot tienduizenden euro's verschil.

Disclaimer. De informatie op deze website is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en vormt geen juridisch of financieel advies. Raadpleeg bij twijfel een jurist, vakbond of het UWV.
Gecontroleerd door WerkUitleg-redactie
Gebaseerd op officiële bronnen: UWV, Belastingdienst, Rijksoverheid.
Meer over onze werkwijze
Verder lezen

Gerelateerde onderwerpen

Meer in Pensioen

Lees ook