www.werkuitleg.nl
Editie 2026
WerkUitleg
Pensioen

Aow leeftijd

aow leeftijd

AOW-leeftijd in Nederland: Wat je moet weten over je pensioen

De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop je in Nederland automatisch recht krijgt op een AOW-uitkering van de overheid. In 2026 ligt deze leeftijd op 67 jaar. Dit betekent dat je pas vanaf je 67ste jaar een AOW-uitkering ontvangt, ongeacht of je nog werkt of al jaren gestopt bent.

De AOW-leeftijd is de afgelopen jaren flink gestegen. Waar je vroeger met 65 jaar kon stoppen, moet je nu langer doorwerken of andere inkomsten hebben om eerder te stoppen. De regering heeft besloten dat de AOW-leeftijd gekoppeld wordt aan de levensverwachting. Dit klinkt logisch, maar betekent in de praktijk dat jongere generaties langer moeten doorwerken voordat ze een basispensioen krijgen.

Wat is de AOW precies?

AOW staat voor Algemene Ouderdomswet. Dit is een basispensioen dat vrijwel iedereen in Nederland krijgt vanaf een bepaalde leeftijd. Je krijgt AOW op basis van het aantal jaren dat je in Nederland hebt gewoond tussen je 15de en je AOW-leeftijd. Voor elk jaar dat je in Nederland woont, bouw je 2% AOW-rechten op. Woon je bijvoorbeeld 50 jaar in Nederland tussen je 15de en je AOW-leeftijd? Dan krijg je 100% van de AOW-uitkering.

Het bedrag dat je ontvangt hangt af van je woonsituatie. Ben je alleenstaand? Dan krijg je in 2026 ongeveer €1.550 bruto per maand. Woon je samen met een partner? Dan ontvang je beiden ongeveer €1.070 bruto per maand. Dit zijn de bedragen die de Sociale Verzekeringsbank (SVB) uitkeert.

De AOW is een volksverzekering. Dit betekent dat iedereen die in Nederland woont er automatisch aan meedoet via de belastingen die je betaalt. Je hoeft je er niet apart voor aan te melden tijdens je werkende leven. Wel moet je je AOW aanvragen bij de SVB ongeveer drie maanden voordat je de AOW-leeftijd bereikt.

Hoe de AOW-leeftijd is veranderd

Tot 2013 was de AOW-leeftijd voor iedereen 65 jaar. Toen besloot de overheid de AOW-leeftijd te verhogen, omdat mensen langer leven en er minder werkenden zijn per gepensioneerde. Deze verhoging gebeurde gefaseerd.

Mensen geboren in 1950 of eerder konden nog met 65 jaar stoppen. Ben je geboren in 1951? Dan was je AOW-leeftijd 65 jaar en 1 maand. Voor elke daaropvolgende geboortemaand werd de AOW-leeftijd verder verhoogd. Ben je geboren in 1955? Dan is je AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden. Geboren in 1958? Dan is je AOW-leeftijd 67 jaar.

Vanaf geboortejaar 1958 ligt de AOW-leeftijd op 67 jaar. Dit blijft voorlopig zo, maar de overheid heeft besloten dat de AOW-leeftijd meestijgt met de levensverwachting. Er is een rem ingebouwd: de AOW-leeftijd mag maximaal 3 maanden per jaar stijgen. Dit betekent dat als je geboren bent na 1960, je waarschijnlijk langer dan 67 jaar moet wachten op je AOW.

De precieze AOW-leeftijd voor jouw geboortejaar kun je vinden op de website van de SVB. Daar kun je je geboortedatum invullen en direct zien wanneer jij AOW krijgt.

Waarom stijgt de AOW-leeftijd?

De overheid geeft twee belangrijke redenen voor het verhogen van de AOW-leeftijd. Ten eerste leven mensen langer. Een man die nu 65 wordt, leeft gemiddeld nog 18 jaar. Dertig jaar geleden was dat nog 14 jaar. Meer pensioenjaren betekent hogere kosten voor de overheid.

Ten tweede werken er steeds minder mensen per gepensioneerde. In 1960 werkten er ongeveer zes mensen voor elke gepensioneerde. Nu zijn dat er nog maar drie. Deze verhouding wordt alleen maar slechter, omdat de babyboomgeneratie met pensioen gaat. De mensen die nu werken, moeten via belastingen de AOW van deze grote groep gepensioneerden betalen.

Door de AOW-leeftijd te verhogen, betaalt de overheid minder jaren AOW uit per persoon. Tegelijk werken mensen langer door en betalen ze dus langer belasting. Dit moet het AOW-stelsel betaalbaar houden.

Kun je eerder stoppen met werken?

De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop je overheidspensioen krijgt. Dit betekent niet automatisch dat je tot die leeftijd moet werken. Je mag eerder stoppen, maar dan moet je andere inkomsten hebben om van te leven.

Veel mensen hebben naast de AOW een pensioen opgebouwd bij hun werkgever. Dit is je aanvullend pensioen of tweede pijler. De pensioenleeftijd bij dit aanvullende pensioen kun je vaak zelf kiezen tussen 60 en 70 jaar. Let op: hoe jonger je stopt, hoe lager je pensioenuitkering wordt. Stop je bijvoorbeeld met 63 jaar in plaats van 67 jaar, dan moet je pensioenkapitaal vier jaar langer meegaan. Dit betekent een fors lagere maandelijkse uitkering.

Stel je bent 64 jaar en wilt stoppen met werken. Je hebt 45 jaar gewerkt en aardig wat pensioen opgebouwd bij je werkgever. Je kunt er dan voor kiezen om je aanvullende pensioen al te laten ingaan, ook al krijg je pas met 67 jaar je AOW. De eerste drie jaar leef je dan van je aanvullend pensioen. Vanaf je 67ste krijg je beide uitkeringen. Realiseer je wel dat je aanvullende pensioen lager uitvalt, omdat je het eerder laat ingaan en het ook nog eens langer moet meegaan.

Een andere optie is spaargeld gebruiken om de jaren tot je AOW-leeftijd te overbruggen. Dit kan verstandig zijn als je aanvullende pensioen klein is en je het beter later kunt laten ingaan voor een hogere maandelijkse uitkering.

Wat als je niet kunt werken tot je AOW-leeftijd?

Niet iedereen kan fysiek of mentaal doorwerken tot 67 jaar. Mensen in de zorg, het onderwijs of de bouw hebben vaak zware beroepen. Ook als je arbeidsongeschikt raakt, kun je niet altijd doorwerken.

Ben je volledig arbeidsongeschikt? Dan kun je een WIA-uitkering krijgen (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen). Deze uitkering loopt door tot je AOW-leeftijd. De hoogte hangt af van je laatste inkomen en de mate van arbeidsongeschiktheid. Bij volledige arbeidsongeschiktheid krijg je maximaal 70% van je laatste dagloon, tot een bepaald maximum.

Belangrijk om te weten: een WIA-uitkering is vaak lager dan je vroegere salaris. Je moet dus met minder rondkomen in de jaren voordat je AOW krijgt. Bovendien bouw je tijdens arbeidsongeschiktheid minder of geen aanvullend pensioen op bij sommige werkgevers, tenzij je daar een verzekering voor hebt afgesloten.

Voor mensen in zware beroepen zijn er soms CAO-afspraken over eerder stoppen. Sommige sectoren hebben een RVU-regeling (regeling voor vervroegde uittreding) of een levensloopregeling. Dit verschilt sterk per sector en werkgever. Check je CAO of vraag je HR-afdeling wat er mogelijk is.

Hoe bouw je AOW op?

Voor elk jaar dat je tussen je 15de en je AOW-leeftijd in Nederland woont, bouw je 2% AOW op. Dit geldt ook als je niet werkt. Een huismoeder die nooit gewerkt heeft maar wel 50 jaar in Nederland woonde vanaf haar 15de, krijgt 100% AOW. Een expat die met 40 jaar naar Nederland komt en er tot zijn 67ste blijft wonen, bouwt 27 jaar x 2% = 54% AOW op.

Er zijn uitzonderingen op deze regel. Woon je tijdelijk in het buitenland maar blijf je verzekerd voor de Nederlandse sociale zekerheid (bijvoorbeeld als uitgezonden werknemer)? Dan bouw je wel AOW op. Studeer je in het buitenland maar sta je nog ingeschreven in Nederland? Dan hangt het af van je specifieke situatie.

Ook als je in een EU-land woont, kunnen er afspraken zijn over je AOW-opbouw. De regels zijn complex. De SVB kan je hier meer over vertellen.

Heb je niet de volledige 50 jaar (of hoeveel jaar er tussen je 15de en AOW-leeftijd zitten) in Nederland gewoond? Dan krijg je een gekort bedrag. Dit kan flink schelen. Bij 40 jaar opbouw in plaats van 50 jaar krijg je 80% van het volledige AOW-bedrag. Voor een alleenstaande is dat in 2026 ongeveer €1.240 in plaats van €1.550 per maand.

Werken na je AOW-leeftijd

Je mag doorwerken na je AOW-leeftijd. Dit gebeurt steeds vaker. Sommige mensen doen dit omdat ze het leuk vinden, anderen omdat ze financieel moeten.

Als je doorwerkt naast je AOW, betaal je wel gewoon belasting en premies over je salaris. Je AOW-uitkering wordt niet gekort als je werkt. Dit betekent dat je meer inkomen hebt dan alleen je AOW. Wel kan je belastingtarief hoger uitvallen, omdat je AOW en salaris bij elkaar worden opgeteld voor de belastingberekening.

Een praktisch voorbeeld: je bent 67 jaar, krijgt €1.550 AOW per maand en werkt twee dagen per week bij voor €1.000 bruto per maand. Je totale inkomen is dan €2.550 per maand bruto. Hierover betaal je inkomstenbelasting volgens het tarief dat bij je totale inkomen hoort. Dit is progressief, dus hoe meer je verdient, hoe hoger je belastingpercentage.

Vanaf je AOW-leeftijd betaal je geen AOW-premie meer. Je betaalt ook minder premie volksverzekeringen. Dit scheelt ongeveer 18% aan premies. Doorwerken na je AOW-leeftijd is daarom netto gezien iets voordeliger dan daarvoor werken voor hetzelfde brutobedrag.

Wanneer een adviseur raadplegen?

De keuzes rondom je pensioen en AOW zijn complex en hebben grote financiële gevolgen. In deze situaties is het verstandig professioneel advies in te winnen:

Je overweegt eerder te stoppen met werken dan je AOW-leeftijd. Een pensioenadviseur kan doorrekenen of dit financieel haalbaar is en wat de beste strategie is voor het opnemen van je aanvullende pensioen.

Je hebt in meerdere landen gewoond of gewerkt. De AOW-opbouw en pensioenrechten over verschillende landen zijn ingewikkeld. Een gespecialiseerde adviseur kan uitzoeken waar je recht op hebt.

Je bent arbeidsongeschikt geraakt en weet niet hoe dit uitpakt voor je AOW en aanvullende pensioen. Een arbeidsongeschiktheidsdeskundige of financieel adviseur kan je hierbij helpen.

Je hebt een echtscheiding achter de rug. Dit kan gevolgen hebben voor je pensioenrechten. Een scheidingsbemiddelaar of jurist kan je adviseren over de verdeling van pensioen.

Je wilt weten of je genoeg pensioen opbouwt. Een pensioencheck bij een onafhankelijk adviseur geeft inzicht in je financiële situatie na je AOW-leeftijd.

De SVB heeft een gratis telefonische helpdesk waar je terecht kunt met vragen over je AOW. Voor complexe situaties verwijzen ze vaak door naar pensioenadviseurs of het Juridisch Loket.

Veelgemaakte fouten bij AOW

Een veelgemaakte fout is denken dat je automatisch AOW krijgt zonder aanvraag. Dit is niet zo. Je moet je AOW zelf aanvragen bij de SVB, ongeveer drie maanden voor je AOW-leeftijd. Doe je dit niet? Dan loop je uitkering mis. De SVB stuurt meestal een herinnering, maar het blijft je eigen verantwoordelijkheid.

Sommige mensen denken dat ze volledige AOW krijgen omdat ze 40 jaar gewerkt hebben. Dit klopt niet. Het gaat om woonland, niet om werkjaren. Heb je 10 jaar in België gewoond tussen je 15de en AOW-leeftijd? Dan mis je 20% van je AOW, ook al heb je die jaren wel gewerkt.

Ook wordt vaak vergeten dat AOW-bedragen bruto zijn. Van €1.550 per maand gaat nog belasting af. Netto houd je als alleenstaande ongeveer €1.350 over, afhankelijk van je situatie en andere inkomsten. Dit is niet veel. Wie alleen op AOW vertrouwt zonder aanvullend pensioen, komt vaak financieel tekort.

Ten slotte denken mensen soms dat ze kunnen kiezen wanneer ze AOW krijgen. Dit kan niet. Je AOW-leeftijd ligt vast op basis van je geboortedatum. Je kunt niet kiezen om eerder minder AOW te krijgen of later meer, zoals bij je aanvullende pensioen.

Samenwonen en getrouwd zijn met AOW

Je woonsituatie maakt veel uit voor je AOW-bedrag. Dit is anders dan bij veel andere uitkeringen, maar wel belangrijk om te begrijpen.

Ben je alleenstaand? Dan krijg je ongeveer €1.550 bruto per maand in 2026. Dit is 70% van het wettelijk minimumloon.

Woon je samen of ben je getrouwd? Dan krijgen jullie allebei ongeveer €1.070 bruto per maand. Samen is dat dus ongeveer €2.140. Dit is 50% van het minimumloon per persoon.

Samenwonend betekent voor de SVB dat je een gezamenlijke huishouding voert. Dit hoef je niet te bewijzen met een huwelijksakte. Als je samen woont, kosten deelt en een relatie hebt, beschouwt de SVB jullie als samenwonend. Ook twee broers of zussen die samen wonen en kosten delen, kunnen door de SVB als samenwonend worden beschouwd, tenzij ze kunnen aantonen dat ze aparte huishoudingen voeren.

Bereikt je partner later de AOW-leeftijd? Dan ontvang je tijdelijk de alleenstaandenuitkering totdat je partner ook AOW krijgt. Daarna gaan jullie allebei over naar het samenwonendentarief.

Overlijdt je partner? Dan krijg je binnen een maand automatisch de alleenstaandenuitkering. Je hoeft dit niet apart aan te vragen. De SVB regelt dit na de overlijdensaangifte bij de gemeente.

AOW en je aanvullende pensioen

De meeste werknemers bouwen naast AOW een aanvullend pensioen op via hun werkgever. Dit is het bedrag dat je echt nodig hebt om van te leven, want de AOW alleen is te weinig om comfortabel van te leven.

Bij je aanvullende pensioen betaal je tijdens je werkende leven premie. Deze premies worden belegd door het pensioenfonds. Op je pensioenleeftijd krijg je dit uitgekeerd als maandelijks bedrag of soms als eenmalig kapitaal.

Belangrijk verschil met de AOW: je kunt zelf kiezen wanneer je aanvullende pensioen ingaat, meestal tussen 60 en 70 jaar. Kies je voor 65 jaar terwijl je AOW-leeftijd 67 is? Dan krijg je van 65 tot 67 jaar alleen je aanvullende pensioen. Vanaf 67 krijg je beide.

De hoogte van je aanvullende pensioen hangt af van verschillende factoren: hoeveel jaar je premie hebt betaald, hoe hoog je salaris was, en hoe het pensioenfonds de premies heeft belegd. Bij een middelloonregeling krijg je pensioen op basis van je gemiddelde salaris over je hele carrière. Bij een beschikbare-premieregeling hangt je pensioen af van hoeveel er is opgebouwd en het beleggingsrendement.

Check jaarlijks je Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Dit krijg je automatisch van je pensioenfonds en toont hoeveel pensioen je hebt opgebouwd. Via mijnpensioenoverzicht.nl zie je al je pensioenopbouw bij verschillende werkgevers bij elkaar.

Veel mensen schatten hun pensioen verkeerd in. Ze kijken alleen naar het bedrag op hun UPO en vergeten dat dit bruto is. Ook vergeten ze dat hun pensioen pas op 67 of 68 jaar ingaat, terwijl ze misschien eerder willen stoppen. Reken daarom ruim op tijd uit of je pensioen genoeg is.

Wat als je te weinig AOW hebt opgebouwd?

Heb je niet de volledige 50 jaar in Nederland gewoond? Dan ontvang je een gekorte AOW. Dit kan betekenen dat je inkomen onder het sociaal minimum komt.

In dat geval kun je mogelijk een aanvullende uitkering krijgen van je gemeente. Dit heet AIO (Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen). Of je hiervoor in aanmerking komt, hangt af van je totale inkomen en vermogen. Heb je veel spaargeld of vermogen? Dan krijg je geen aanvulling.

De AIO vult je inkomen aan tot het sociaal minimum. Voor een alleenstaande is dat ongeveer €1.550 netto per maand. Ontvang je €1.200 gekorte AOW? Dan kun je maximaal €350 AIO krijgen.

Voor de AIO moet je zelf een aanvraag indienen bij je gemeente. Dit gebeurt niet automatisch. De gemeente toetst je volledige financiële situatie: inkomen, vermogen, partner, woonsituatie. Dit kan enkele maanden duren.

Let op: sommige gemeenten zijn strenger dan andere. De ene gemeente wijst sneller mensen af dan de andere. Het kan lonen om bezwaar te maken als je wordt afgewezen terwijl je denkt dat je recht hebt op aanvulling.

Naast AIO bestaat ook de IOAW (Inkomensvoorziening Oudere Werkloze) en IOAZ (Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen). Deze uitkeringen zijn voor specifieke groepen ouderen die geen of te weinig AOW hebben en niet kunnen werken.

Disclaimer. De informatie op deze website is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en vormt geen juridisch of financieel advies. Raadpleeg bij twijfel een jurist, vakbond of het UWV.
Verder lezen

Gerelateerde onderwerpen

Meer in Pensioen

Lees ook