ZZP pensioen verplicht: wat zegt het onderzoek?
zzp pensioen verplicht
ZZP-pensioen: wat verandert er en hoe regel je het in 2026?
Als zelfstandige zonder personeel bouw je geen pensioen op via je werkgever. Dat is sinds jaar en dag een enorm verschil met werknemers. Terwijl zij verplicht meedoen aan een pensioenregeling, sta je als zzp'er er alleen voor. De overheid praat al jaren over een verplicht zzp-pensioen, maar wat betekent dat concreet? En wat moet je nu al doen?
De korte versie. Per 2026 bestaat er nog geen wettelijke verplichting tot pensioenopbouw voor zzp'ers. Wel loopt er een wetgevingstraject (de Wet toekomst pensioenen) dat vooral gaat over werknemers. De discussie over verplichte pensioenopbouw voor zelfstandigen is uitgesteld. Toch doet de politiek regelmatig voorstellen om zzp'ers ook te verplichten pensioen op te bouwen. De verwachting is dat dit tussen 2027 en 2030 invoering vindt, maar de exacte datum en uitwerking blijven onzeker.
Waarom is er geen verplicht pensioen voor zzp'ers?
Nederland telt ongeveer 1,2 miljoen zzp'ers. Een grote groep die verschilt van een freelance copywriter met tonnen omzet tot een klusjesman die af en toe een factuur stuurt. Die enorme verscheidenheid maakt wetgeving ingewikkeld.
Bij werknemers werkt het zo: de werkgever draagt verplicht premie af aan een pensioenfonds. Dat staat in artikel 7:628 BW, de verplichting om het loon door te betalen, en in de Pensioenwet die werkgevers verplicht een pensioenregeling aan te bieden. Gemiddeld betaalt de werkgever twee derde van de pensioenpremie, de werknemer een derde. Die premie gaat vaak naar een bedrijfstakpensioenfonds zoals ABP of PFZW. Vanaf je 68ste (of eerder, afhankelijk van de regeling) krijg je dan een AOW-aanvulling.
Zzp'ers vallen buiten dit systeem. Je hebt geen werkgever die meebetaalt. Je ontvangt wel AOW als je de AOW-leeftijd bereikt (momenteel 67 jaar, oplopend naar 67 jaar en 3 maanden in 2026), maar die AOW is relatief laag: ongeveer €1.350 netto per maand voor alleenstaanden. Daar kun je niet luxe van leven.
Het gevolg? Veel zelfstandigen bouwen te weinig pensioen op. Onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) uit 2021 toonde aan dat ongeveer 60% van de zzp'ers niets of nauwelijks iets spaart voor pensioen. Ze geven aan dat het geld ontbreekt, of ze schuiven het voor zich uit. Dat creëert een toekomstig maatschappelijk probleem: een grote groep ouderen zonder voldoende inkomen.
Wat houdt het debat over verplichte pensioenopbouw in?
De discussie draait om twee hoofdvragen. Ten eerste: moet de overheid zzp'ers verplichten pensioen op te bouwen? Ten tweede: hoe organiseer je dat dan?
De voorstanders zeggen: zonder verplichting gaat een groot deel van de zelfstandigen straks met te weinig inkomen de pensionleeftijd in. Dat leidt tot armoede en extra druk op sociale voorzieningen. Een verplichting beschermt mensen tegen zichzelf en zorgt voor gelijke behandeling met werknemers.
De tegenstanders wijzen op de vrijheid van zelfstandigen. Wie bewust kiest voor een leven als zzp'er, wil vaak juist geen verplichte regelingen. Ook is het lastig vast te stellen hoeveel iemand moet sparen als het inkomen sterk fluctueert. Een klusser die het ene jaar €30.000 verdient en het andere jaar €15.000 kan moeilijk een vast bedrag opzij zetten.
Politieke partijen verschillen van mening. GroenLinks en PvdA pleiten voor een verplichte regeling, vergelijkbaar met werknemers. De VVD en kleinere liberale partijen vinden dat zelfstandigen zelf mogen bepalen of en hoeveel ze sparen. Het CDA en ChristenUnie zitten daar tussenin: ze willen een opt-out systeem, waarbij je standaard meedoet maar jezelf kunt afmelden.
In het regeerakkoord van het huidige kabinet staat dat er onderzoek komt naar pensioenopbouw voor zzp'ers, maar concrete wetgeving ontbreekt nog. De verwachting is dat een verplichting niet voor 2027 invoering vindt.
Hoe regel je nu zelf pensioen als zzp'er?
Omdat je niet kunt wachten op de overheid, moet je zelf aan de slag. De belangrijkste opties zijn een lijfrente, een bankspaarrekening voor pensioen of beleggen via een beleggingsrekening. Elk heeft voor- en nadelen.
Lijfrente (fiscaal vriendelijk maar inflexibel). Bij een lijfrenteverzekering stort je jaarlijks een bedrag. Dat bedrag mag je aftrekken van je winst uit onderneming (de 'jaarruimte', maximaal ongeveer €14.000 afhankelijk van je winst en pensioenpremies). Je betaalt dus minder inkomstenbelasting. Het opgebouwde bedrag krijg je vanaf je AOW-leeftijd uitgekeerd als maandelijkse uitkering of in een keer. Op die uitkering betaal je dan belasting in box 1.
Het nadeel: je kunt er niet tussentijds bij. Opnemen voor je AOW-leeftijd mag niet, tenzij je arbeidsongeschikt raakt of emigreert. Ook moet je het verzilveren tussen je AOW-leeftijd en je 70ste. Je kunt niet wachten tot je 80 bent.
Voorbeeld: Stel je verdient als zzp'er €50.000 winst per jaar. Je stort €5.000 in een lijfrente. Die €5.000 mag je aftrekken, waardoor je belastbaar inkomen daalt naar €45.000. Dat scheelt je ongeveer €2.000 aan belasting (afhankelijk van je tarief). Het geld groeit belastingvrij in de polis. Op je 68ste krijg je bijvoorbeeld €400 per maand uitgekeerd, waarover je dan belasting betaalt.
Banksparen (veilig maar weinig rendement). Je kunt ook gewoon maandelijks geld overmaken naar een aparte spaarrekening. Sommige banken bieden speciale pensioenspaarrekeningen aan, met dezelfde fiscale voordelen als de lijfrente. Het voordeel: je houdt controle en kunt het geld in noodgevallen opnemen. Het nadeel: de rente is laag (vaak onder de 2% in 2026) en je loopt achter op inflatie.
Beleggen (hoger rendement, meer risico). Via een beleggingsrekening kun je in aandelen, obligaties of indexfondsen beleggen. Historisch gezien levert dat op lange termijn meer op dan sparen. Gemiddeld zo'n 6-8% per jaar, hoewel dat sterk fluctueert. Het nadeel: je loopt risico. Een crisis kan je vermogen halveren. Ook betaal je vermogensrendementsheffing over je beleggingen in box 3 (in 2026 afhankelijk van de precieze regeling, gemiddeld 1,3% over je vermogen boven de €57.000 voor alleenstaanden).
Als je kiest voor beleggen, doe dat dan gespreid. Niet alles op één aandeel zetten, maar bijvoorbeeld via een breed indexfonds dat honderden bedrijven volgt. Denk aan de MSCI World Index of iets vergelijkbaars.
Hoeveel moet je eigenlijk opbouwen?
Vuistregel: je hebt 70% van je laatste bruto inkomen nodig om je levensstandaard te behouden na pensionering. Dat is inclusief AOW. De AOW bedraagt ongeveer €1.350 netto per maand voor alleenstaanden, €1.900 voor paren. Als je voor pensionering €3.000 netto per maand verdiende, wil je na pensionering dus ongeveer €2.100 netto per maand. De AOW dekt daar al €1.350 van. Je moet zelf nog €750 netto per maand genereren.
Dat klinkt overzichtelijk, maar vraagt veel kapitaal. Om €750 per maand gedurende 20 jaar (van je 68ste tot je 88ste) uit te keren, heb je bij aanvang ongeveer €150.000 nodig. Dat bedrag hangt af van het rendement dat je haalt en of je inflatie meerekent.
Stel je begint op je 35ste en je wilt op je 68ste €150.000 hebben. Dan moet je 33 jaar lang maandelijks ongeveer €250 sparen bij een rendement van 4% per jaar. Bij een lager rendement moet je meer sparen. Bij 2% rendement wordt dat €300 per maand. Bij hogere rendementen (6%) volstaat €200 per maand.
Dit zijn grove berekeningen. Inflatie vreet aan de waarde van je geld. De koopkracht van €750 over 33 jaar is veel lager dan nu. Ook spelen je gezondheid, eventuele schulden en je woonsituatie mee. Een afbetaald huis scheelt enorm in je uitgaven.
Fiscale regels die je moet kennen
De Belastingdienst behandelt pensioenopbouw als zzp'er anders dan als werknemer. Dat heeft gevolgen voor wat je mag aftrekken.
Jaarruimte en reserveringsruimte. Als zzp'er mag je maximaal een percentage van je winst (ongeveer 12-16%, afhankelijk van je leeftijd) aftrekken voor pensioenopbouw. Dat heet de jaarruimte. Heb je in een jaar niet je volledige jaarruimte gebruikt? Dan kun je die 'reserveren' voor later (reserveringsruimte). Dit voorkomt dat je in een goed jaar te weinig aftrek hebt.
Voorbeeld: je verdient €40.000 winst en je mag daarvan €6.000 aftrekken voor pensioen (jaarruimte). Je stort echter maar €3.000. De overige €3.000 kun je in een later jaar alsnog gebruiken.
Geen werkgeversbijdrage. Als werknemer betaalt je werkgever mee, vaak 10-15% van je salaris. Als zzp'er moet je alles zelf betalen. Dat maakt pensioenopbouw duurder. Je concurreert dus met werknemers die 'gratis' pensioen krijgen.
Box 3 problematiek. Stel je spaart niet via een lijfrente maar gewoon op een spaarrekening of beleggingsrekening. Dan valt dat vermogen in box 3. Vanaf €57.000 (vrijstelling voor alleenstaanden in 2026, voor partners €114.000) betaal je vermogensrendementsheffing. Dat kan oplopen tot ruim 1% per jaar over je totale vermogen. Bij €200.000 spaargeld betaal je dus ongeveer €2.000 per jaar belasting, zelfs als je nauwelijks rente krijgt.
Dit maakt een lijfrente fiscaal aantrekkelijker: je betaalt nu minder belasting (door de aftrek) en het geld in de polis valt niet onder box 3. Pas bij uitkering betaal je belasting, en tegen dat moment zit je waarschijnlijk in een lager belastingtarief omdat je minder verdient.
Wat als je wisselt tussen loondienst en zzp?
Veel mensen werken een deel van hun loopbaan als werknemer en een deel als zzp'er. Dan bouw je twee soorten pensioen op: via je werkgever en via jezelf. Dat lijkt verwarrend, maar het stapelt zich gewoon op.
Stel je werkt 10 jaar in loondienst en bouwt via je werkgever €20.000 pensioenkapitaal op. Daarna ga je 10 jaar als zzp'er aan de slag en bouw je zelf €30.000 op via een lijfrente. Op je 68ste krijg je dan twee uitkeringen: één van je oude werkgeversregeling (€20.000) en één van je lijfrente (€30.000). Plus de AOW.
Let op: als je stopt als zzp'er en weer in loondienst gaat, kun je je lijfrente vaak niet meer opzeggen. Die blijft gewoon doorlopen en keert uit op je AOW-leeftijd. Sommige verzekeraars laten je de premie 'bevriezen' zodat je niet meer hoeft te storten maar het opgebouwde kapitaal behouden blijft.
Ook belangrijk: als je inkomstenbelasting betaalde over je loon en later lijfrente-uitkeringen krijgt, tel je beide inkomsten bij elkaar op. Dat kan betekenen dat je boven een hoger belastingtarief uitkomt.
Welke valkuilen moet je vermijden?
Te laat beginnen. Hoe later je start, hoe meer je per maand moet sparen. Begin je op je 50ste in plaats van je 30ste, dan moet je drie keer zoveel opzij leggen om hetzelfde resultaat te halen. Dat komt door het gebrek aan rendementsgroei. Geld dat je op je 30ste inlegt groeit 38 jaar, geld dat je op je 50ste inlegt maar 18 jaar.
Verkeerde inschatting van je toekomstige uitgaven. Veel zzp'ers denken: ik heb straks minder nodig, ik hoef toch niet meer te werken. Dat klopt deels, maar je wilt waarschijnlijk ook dingen doen: reizen, kleinkinderen verwennen, hobby's. Onderzoek toont aan dat de meeste gepensioneerden niet substantieel minder uitgeven dan tijdens hun werkzame leven. Medische kosten stijgen vaak juist.
Alles op één paard zetten. Een lijfrente bij één verzekeraar, of alles in één aandeel beleggen. Spreiding beschermt je tegen faillissementen of koersdalingen. Kies meerdere beleggingen of een combinatie van sparen en beleggen.
Vergeten dat inflatie je uitkering uitholt. €1.000 per maand over 30 jaar is koopkrachtig misschien nog maar €500 waard. Sommige lijfrentes bieden indexatie (de uitkering stijgt mee met inflatie), maar dat kost extra premie.
Niet jaarlijks evalueren. Je inkomen als zzp'er fluctueert. Het ene jaar verdien je goed en kun je veel sparen, het andere jaar minder. Blijf niet rigide hetzelfde bedrag storten. Pas aan. Ook kun je in goede jaren gebruikmaken van je reserveringsruimte (zie hierboven).
Wat als er straks toch een wettelijke verplichting komt?
Stel de overheid voert tussen 2027 en 2030 een verplicht zzp-pensioen in. Wat gebeurt er dan?
De meest waarschijnlijke variant is een verplichte premie als percentage van je winst. Bijvoorbeeld 8% van je netto-winst moet naar een pensioenrekening. Die premie kun je dan fiscaal aftrekken. De overheid beheert mogelijk een collectieve regeling waar je automatisch in valt, tenzij je aantoont dat je al zelf voldoende spaart via een lijfrente of andere pensioenregeling (het opt-out principe).
Voor zzp'ers die nu al sparen, verandert er dan weinig. Je kunt aantonen dat je zelf al aan pensioenopbouw doet en je vrijstellen van de verplichte regeling. Voor zzp'ers die niks doen, wordt het een forse kostenpost. Bij €40.000 winst betekent 8% premie dat je €3.200 per jaar kwijt bent. Dat kan knellen, zeker in economisch mindere tijden.
Hoe zou zo'n regeling werken? Waarschijnlijk via de Belastingdienst. Bij je jaarlijkse aangifte moet je aantonen dat je voldoende hebt gespaard. Doe je dat niet, dan krijg je een boete of wordt het bedrag via je aanslag ingehouden. Vergelijkbaar met de zorgverzekeringswet: wie geen zorgverzekering heeft, krijgt een boete en wordt alsnog verzekerd via het CAK.
Een ander scenario is aansluiting bij bestaande pensioenfondsen. Zzp'ers in bepaalde sectoren (bouw, zorg, ICT) zouden verplicht kunnen aansluiten bij het bedrijfstakpensioenfonds van die sector. Dan betaal je premie aan bijvoorbeeld het Pensioenfonds Zorg en Welzijn als je als zelfstandige in de zorg werkt. Dat heeft als voordeel dat je profiteert van collectieve inkoopkracht en lage beheerskosten. Nadeel: je hebt minder vrijheid in hoe je belegt.
Wanneer moet je een financieel adviseur raadplegen?
Een onafhankelijk financieel adviseur kan je helpen bij complexe situaties. Bijvoorbeeld:
- Je hebt meerdere inkomstenbronnen (loon, zzp-inkomen, huurinkomsten) en weet niet hoe je je pensioen optimaal opbouwt.
- Je bent dicht bij je pensioen (binnen 10 jaar) en wilt een concrete uitstapstrategie.
- Je hebt een grote eenmalige inkomst (verkoop van je zaak, erfenis) en wilt dat slim inzetten voor pensioen.
- Je kiest tussen verschillende lijfrenteverzekeraars en begrijpt de polisvoorwaarden niet.
- Je wilt beleggen maar hebt geen ervaring en wilt risico's beperken.
Let op: kies een adviseur die werkt op basis van een uurtarief, niet op basis van provisie. Provisieadviseurs krijgen betaald door de verzekeraar of bank en hebben dus belang bij het verkopen van bepaalde producten. Een onafhankelijk adviseur rekent je bijvoorbeeld €150 per uur en geeft objectief advies. Dat kost je misschien €500 voor een volledig plan, maar voorkomt dat je decennia lang te veel kosten betaalt aan een verkeerd product.
Ook kun je terecht bij een AFM-geregistreerde adviseur. De Autoriteit Financiële Markten houdt toezicht op financiële dienstverleners. Check op de website van de AFM of je adviseur geregistreerd staat.
De realiteit: veel zzp'ers doen nog niets
Ondanks alle informatie en waarschuwingen spaart het overgrote deel van de zelfstandigen te weinig. Waarom? Gebrek aan geld is de belangrijkste reden. Een enquête van branchevereniging ZZP Nederland uit 2023 toonde aan dat 40% van de zzp'ers aangeeft geen ruimte te hebben om te sparen. Ze verdienen genoeg om van te leven, maar niet genoeg om structureel honderden euro's per maand opzij te zetten.
Ook speelt psychologie mee. Pensioen voelt ver weg als je 35 bent. Directe uitgaven (hypotheek, kinderopvang, auto) gaan voor. Studies naar gedragseconomie laten zien dat mensen toekomstige financiële problemen systematisch onderschatten. We denken: het komt wel goed, ik regel het later wel. Dat verklaart waarom zelfs goedbetaalde zzp'ers met €70.000 inkomen vaak geen pensioen opbouwen.
Hier wringt het. Een verplichte regeling lost dit deels op door de keuze weg te nemen. Je moet sparen, punt. Dat beschermt mensen tegen hun eigen uitstelgedrag. Tegelijkertijd beperkt het de vrijheid waar veel zzp'ers juist voor kozen. Het is een moreel dilemma zonder simpel antwoord.
Praktische stappenplan: begin vandaag
Wil je nu aan de slag? Volg deze stappen.
Stap 1: Bereken je pensioengat. Hoeveel heb je straks nodig per maand? Trek daar de AOW van af (ongeveer €1.350 netto voor alleenstaanden). Wat overblijft is je pensioengat. Vermenigvuldig dat met 12 maanden en met 20 jaar (gemiddelde levensduur na pensionering). Dat is je benodigde kapitaal.
Stap 2: Kies je instrument. Wil je fiscaal aftrekken en heb je discipline? Kies een lijfrente. Wil je flexibiliteit en kun je de verleiding weerstaan om het op te nemen? Kies een aparte spaarrekening. Wil je rendement en kun je risico's dragen? Beleg via een indexfonds.
Stap 3: Automatiseer. Zorg dat het bedrag automatisch wordt overgemaakt. Elke maand, direct na binnenkomst van je inkomsten. Niet pas aan het einde van de maand kijken wat er overblijft.
Stap 4: Evalueer jaarlijks. Gaat het goed? Verhoog je maandbedrag met 5%. Gaat het slecht? Verlaag tijdelijk maar stop niet helemaal. Zelfs €50 per maand is beter dan niets.
Stap 5: Zoek informatie. De website van Wijzer in Geldzaken (een initiatief van de overheid) biedt gratis rekentools en begrijpelijke uitleg. Ook de site van het Verbond van Verzekeraars heeft nuttige informatie over lijfrentes.
Tot slot: zekerheid bestaat niet, voorbereiding wel
Of er nu een wettelijke verplichting komt of niet, je staat er als zzp'er zelf voor. De AOW is een bodem, geen comfortabel pensioen. Begin zo vroeg mogelijk, spreidt je risico's en blijf realistisch over wat je nodig hebt. Het voelt misschien vervelend om elke maand geld weg te zetten dat je nu niet kunt uitgeven. Maar de versie van jou op je 70