www.werkuitleg.nl
Editie 2026
WerkUitleg
Ziektewet

Zwangerschapsverlof: wat zijn je rechten?

wanneer zwangerschapsverlof

Wanneer begint zwangerschapsverlof en hoe vraag je het aan?

Zwangerschapsverlof begint in Nederland tussen vier en zes weken vóór de uitgerekende datum. Dat bepaal je zelf. Het is geen mening van je werkgever of keuze van je huisarts. De Wet arbeid en zorg regelt dit in artikel 3:1 lid 2. Je krijgt minimaal 16 weken verlof: minimaal zes weken vóór de bevalling en tien weken erna. In de praktijk krijg je meestal 16 weken in totaal, maar door de bevaldatum kan dat iets verschuiven.

Het tijdstip waarop je zwangerschapsverlof laat ingaan, heeft directe financiële en praktische gevolgen. Te vroeg starten betekent minder weken na de bevalling. Te laat beginnen kan riskant zijn. Je moet hier zelf een keuze in maken en dat vraagt om concrete informatie over wanneer je wat moet regelen.

Hoeveel weken vóór je uitgerekende datum moet je stoppen

De wet verplicht je werkgever om je tussen zes en vier weken vóór de uitgerekende datum te laten stoppen met werken. Jij kiest wanneer precies binnen die bandbreedte. Stel je uitgerekende datum is 15 juni 2026. Dan mag je tussen 4 mei (zes weken ervoor) en 18 mei (vier weken ervoor) beginnen met zwangerschapsverlof.

Die keuze is belangrijk. Start je op 4 mei, dan heb je meer rust voor de bevalling maar korter verlof erna. Begin je op 18 mei, dan werk je langer door maar heb je mogelijk twee weken extra thuis met de baby. De meeste vrouwen kiezen voor vijf weken van tevoren. Dat geeft een evenwicht.

De uitgerekende datum bepaalt dus alles. Die datum krijg je van de verloskundige of gynaecoloog tijdens het eerste echo-onderzoek rond week twaalf. Let op: baby's komen zelden precies op tijd. Een zwangerschap duurt gemiddeld 40 weken, maar alles tussen 37 en 42 weken geldt als op tijd. Komt je kind twee weken te vroeg, dan mis je dus twee weken voorverlof. Komt het twee weken te laat, dan zit je thuis te wachten.

Wat er gebeurt als je baby eerder of later komt

Komt je kind vóór de startdatum van je zwangerschapsverlof, dan begint het verlof automatisch op de dag van de bevalling. Stel je hebt gekozen voor 11 mei als startdatum, maar je bevalt op 3 mei. Dan start je verlof op 3 mei. Je verliest die extra week voorverlof, maar je krijgt er niks bij. Het blijft 16 weken totaal.

Bij een vroeggeboorte verlies je dus rustdagen. Komt je baby vier weken te vroeg terwijl je pas twee weken zwangerschapsverlof had genomen, dan mis je twee weken voorbereidingstijd. Daar staat tegenover dat het naverlof wél gewoon tien weken duurt. De wetgever vindt die tien weken na de bevalling heilig.

Wordt je kind later geboren dan verwacht? Dan zit je thuis te wachten. Die dagen tussen je startdatum en de bevalling tellen mee als voorverlof. Bevalt je op twee weken na de uitgerekende datum, dan heb je bijvoorbeeld zeven weken voorverlof gehad in plaats van vijf. Je naverlof blijft tien weken. Totaal kom je dan op 17 weken zwangerschapsverlof.

Hier zit een onevenwichtigheid in de wet waar vakbonden al jaren over klagen. Bij een te vroege bevalling verlies je rust, bij een te late bevalling krijg je meer verlof. Maar je kunt het niet plannen. Gynaecologen geven soms een inleidatum rond 41 weken zwangerschap, wat dit probleem iets verkleint.

Hoe je zwangerschapsverlof officieel aanvraagt

Je meldt je zwangerschap aan je werkgever zodra je dat wilt. Er is geen wettelijke verplichting om het na acht, twaalf of zestien weken te vertellen. Toch is het verstandig om het rond week twaalf te melden, na het eerste echo-onderzoek. Vanaf dat moment neemt het risico op een miskraam sterk af.

Voor het zwangerschapsverlof zelf gelden strengere regels. Je moet het mínimaal drie weken van tevoren schriftelijk aanvragen bij je werkgever, volgens artikel 3:1 lid 7 van de Wet arbeid en zorg. Schriftelijk betekent per e-mail of brief. Een WhatsApp-bericht of mondelinge afspraak volstaat juridisch niet.

In die aanvraag vermeld je drie dingen: de uitgerekende datum, wanneer je wilt stoppen met werken, en dat je een zwangerschapsverklaring bijvoegt. Die verklaring krijg je van de verloskundige of gynaecoloog. Het is een simpel papiertje waarop staat dat je zwanger bent en wat de uitgerekende datum is. Je werkgever mag niet weigeren. Het is geen gunst maar een recht.

Stel je bent nu 20 weken zwanger met een uitgerekende datum van 30 juli 2026. Je wilt vijf weken van tevoren stoppen, dus op 25 juni. Dan stuur je uiterlijk 4 juni een e-mail naar je leidinggevende en HR met: "Beste [naam], hierbij vraag ik zwangerschapsverlof aan. Mijn uitgerekende datum is 30 juli 2026. Ik wil stoppen met werken op 25 juni 2026. Bijgevoegd de zwangerschapsverklaring van mijn verloskundige."

Waar je zwangerschapsuitkering vandaan komt en hoeveel je krijgt

Tijdens zwangerschapsverlof krijg je geen salaris van je werkgever maar een uitkering van het UWV. Die heet zwangerschaps- en bevallingsuitkering. Het bedrag is 100% van je dagloon, tot een maximum van €246,13 per dag in 2026 (dat is het maximale WW-dagloon). Je werkgever vraagt dit geld aan bij het UWV en betaalt het door alsof het gewoon salaris is. Jij merkt daar in de praktijk weinig van.

Het dagloon bereken je door je salaris van de laatste twaalf maanden te delen door 261 werkdagen. Verdien je €3.000 bruto per maand, dan is je dagloon ongeveer €138. Die €138 krijg je tijdens zwangerschapsverlof. Zit je boven het maximum dagloon van €246,13 per dag (dat komt neer op ongeveer €5.360 bruto per maand), dan krijg je niet meer. De overheid begrenst de uitkering.

Sommige werkgevers vullen aan tot 100% van je échte salaris als je boven dat maximum zit. Dat staat meestal in de cao of je arbeidsovereenkomst. Check dat. Bij overheid en grote bedrijven is die aanvulling vaak geregeld, bij kleine werkgevers zelden.

Je werkgever vraagt de uitkering aan via het UWV-portal Werkgevers. Dat moet minimaal vier weken voor de startdatum van je verlof. De meeste werkgevers regelen dit automatisch zodra je zwangerschapsverlof hebt aangevraagd. Doet je werkgever dat niet, dan krijg je problemen met je inkomen. De wetgever heeft hier een gat gelaten: formeel moet je werkgever het aanvragen, maar als hij dat vergeet, heb jij het probleem.

In dat zeldzame geval kun je zelf contact opnemen met het UWV. Bel 088-8989899 en leg uit dat je werkgever heeft verzuimd. Het UWV stuurt dan een brief naar je werkgever. Dit kost tijd. Voorkom het door drie maanden voor je verlof aan HR te vragen: "Hebben jullie de zwangerschapsuitkering al aangevraagd bij het UWV?"

Waarom de timing van je verlof praktisch gezien lastig is

Op papier klinkt het simpel: kies tussen vier en zes weken van tevoren. In de praktijk speelt er meer. Heb je een zware baan, met tillen of lange dagen staan, dan wil je misschien eerder stoppen. Heb je een kantoorklus, dan kun je vaak langer doorwerken. Toch dwingt de wet je tot maximaal zes weken voorverlof.

Dat vinden veel vrouwen te weinig. Onderzoek van TNO uit 2021 liet zien dat bijna 40% van zwangere vrouwen in fysiek zwaar werk zich ziek meldt in de laatste weken voor het zwangerschapsverlof. Ze kunnen niet meer, maar het verlof is nog niet gestart. Dan zit je met een dilemma: je meldt je ziek en krijgt ziektegeld (vaak 70% bij veel werkgevers, al hangt het af van je cao). Of je bijt door en werkt tot je officiële verlof ingaat.

Ziekmelden mag. Je werkgever mag niet vragen of het zwangerschapsgerelateerd is. Maar als je bedrijfsarts constateert dat je niet meer kunt werken door de zwangerschap, kan hij adviseren om het zwangerschapsverlof eerder te laten ingaan. Dat gebeurt bijna nooit, omdat de wet geen ruimte geeft om vóór de vierde week te starten. De enige uitzondering is een medische indicatie waarbij doorwerken gevaarlijk is voor moeder of kind.

Sommige sectoren kennen aanvullende regelingen. In de zorg kunnen zwangere verpleegkundigen vaak eerder overstappen naar lichtere taken. Bij de politie krijgen zwangere agenten vanaf 24 weken een niet-operationele functie. Dat staat niet in de Wet arbeid en zorg maar in cao-afspraken. Vraag je OR of vakbond wat er bij jouw werkgever geldt.

Wat je moet doen als je tweeling of meerling verwacht

Bij een tweeling krijg je langer zwangerschapsverlof: vier weken extra. In plaats van minimaal zes weken vóór de uitgerekende datum, start je verlof minimaal tien weken van tevoren. Het naverlof blijft tien weken. Totaal krijg je dus minimaal 20 weken verlof.

De uitgerekende datum bij een tweeling ligt meestal rond 37 weken in plaats van 40 weken. Tweelingen komen vaak iets eerder. Gynaecologen houden daar rekening mee. Dat betekent dat je verlof vaak al rond week 27 van je zwangerschap begint. Voor veel vrouwen voelt dat heel vroeg, maar lichamelijk is een tweelingzwangerschap veel zwaarder.

Bevalt je van een tweeling vóór de geplande startdatum van je zwangerschapsverlof, dan gelden dezelfde regels als bij een eenling: je verlof start automatisch op de bevaldatum. Je verliest dan die extra voorbereidingsweken. Bij een tweeling komt dat vaker voor, omdat ze gemiddeld op 35 weken geboren worden.

De procedure is hetzelfde: je vraagt het schriftelijk aan, voegt de zwangerschapsverklaring toe (waarop vermeld staat dat het een meerling betreft), en je werkgever vraagt de uitkering aan bij het UWV. Het UWV kent automatisch vier weken extra toe zodra blijkt dat het een tweeling is.

Hoe zwangerschapsverlof werkt bij flexcontracten en zzp

Heb je een tijdelijk contract, dan heb je gewoon recht op zwangerschapsverlof. Het maakt niet uit of je contract één maand of twee jaar duurt. Loopt je contract af tijdens je zwangerschapsverlof, dan stopt ook je uitkering op die datum. Je werkgever mag je contract niet verlengen puur vanwege je zwangerschap, maar ook niet weigeren te verlengen vanwege je zwangerschap. Dat laatste is discriminatie (artikel 3 Wet gelijke behandeling), maar in de praktijk moeilijk te bewijzen.

Voorbeeld: je hebt een contract tot 1 augustus 2026, je uitgerekende datum is 20 juli. Je start zwangerschapsverlof op 8 juni. Tot 1 augustus krijg je zwangerschapsuitkering. Vanaf 2 augustus moet je naar het UWV voor een WW-uitkering, als je aan de voorwaarden voldoet (minimaal 26 weken gewerkt in het afgelopen jaar). Die WW-uitkering is lager: 75% van je dagloon de eerste twee maanden, daarna 70%.

Ben je zzp'er, dan bestaat zwangerschapsverlof niet. Je krijgt geen uitkering tijdens zwangerschap en bevalling, tenzij je vrijwillig bent verzekerd voor arbeidsongeschiktheid. De meeste zzp'ers hebben dat niet, omdat het duur is (enkele honderden euro's per maand). Je kunt wel zwangerschapsverlof 'nemen' in de zin dat je geen opdrachten aanneemt, maar je hebt geen inkomen.

Er is wel een kleine compensatie voor zzp'ers: de Zelfstandigenaftrek. Tijdens zwangerschap kun je minder uren werken, wat invloed heeft op je inkomen. De Belastingdienst accepteert in veel gevallen dat je toch de volledige zelfstandigenaftrek (€5.030 in 2026) claimt, ook als je tijdelijk minder dan 1.225 uur per jaar werkt. Maar dit compenseert lang niet het gemis aan zwangerschapsuitkering.

Wanneer je een bedrijfsarts moet raadplegen tijdens zwangerschap

Je hoeft geen bedrijfsarts te spreken voor zwangerschapsverlof. Dat regelt je verloskundige met de zwangerschapsverklaring. Toch kan een gesprek met de bedrijfsarts handig zijn in specifieke situaties: als je werk risico's heeft (chemische stoffen, tillen, nachtdiensten), als je je vaker ziek meldt, of als je chronische aandoeningen hebt die invloed hebben op werken tijdens zwangerschap.

De bedrijfsarts kan adviseren over werkaanpassingen. Denk aan andere taken, aangepaste werktijden, of extra pauzes. Je werkgever moet dat advies opvolgen tenzij het echt niet kan. Artikel 1.25 van het Arbeidsomstandighedenbesluit verplicht werkgevers om zwangere werknemers te beschermen tegen risico's. De bedrijfsarts maakt een Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) voor jouw situatie.

Dit speelt vooral in sectoren als de zorg, laboratoriumwerk, of productie. Een verpleegkundige die met infectieziekten werkt, krijgt vaak aangepaste taken. Een laborante die met chemicaliën omgaat, gaat tijdelijk naar een andere afdeling. Dat zijn geen gunsten maar wettelijke verplichtingen van je werkgever.

Meld je regelmatig ziek vlak voor je zwangerschapsverlof ingaat, dan schakelt je werkgever mogelijk de bedrijfsarts in. Dat mag. De bedrijfsarts beoordeelt of je arbeidsongeschikt bent door de zwangerschap. Is dat zo, dan kan hij adviseren om het zwangerschapsverlof eerder te laten starten. Maar zoals eerder gezegd: de wet geeft daar nauwelijks ruimte voor. Je zit dan in een grijs gebied tussen ziekte en zwangerschapsverlof.

Waarom je werkgever niet mag weigeren of traineren

Je werkgever kan je zwangerschapsverlof niet weigeren. Het is een wettelijk recht. Doet hij het toch, dan pleegt hij een strafbaar feit volgens de Wet arbeid en zorg. Je kunt een klacht indienen bij de Inspectie SZW (voorheen Arbeidsinspectie). Die kan je werkgever een boete opleggen tot €10.500 voor een natuurlijk persoon of €21.000 voor een rechtspersoon (artikel 19c).

In de praktijk komt weigering bijna nooit voor. Traineren gebeurt vaker. Je werkgever reageert niet op je verzoek, vraagt de uitkering te laat aan bij het UWV, of blijft vragen stellen over de startdatum. Dat laatste mag niet: jij kiest de datum binnen de wettelijke bandbreedte. Je werkgever heeft geen stem in dat besluit.

Merk je dat je werkgever traineert, stuur dan een herinnering per e-mail met daarin: "Op [datum] heb ik zwangerschapsverlof aangevraagd. Volgens artikel 3:1 lid 7 Wet arbeid en zorg moet u hierop reageren en de uitkering aanvragen bij het UWV. Graag ontvang ik binnen vijf werkdagen een bevestiging." Blijft het stil, neem dan contact op met je OR, vakbond, of het Juridisch Loket. Die laatste biedt gratis advies.

Discriminatie tijdens zwangerschap komt vaker voor dan weigering van verlof. Denk aan het niet verlengen van een tijdelijk contract, het schrappen van doorgroeimogelijkheden, of negatieve opmerkingen. Dat is verboden maar lastig te bewijzen. Documenteer alles: e-mails, gesprekken, WhatsApp-berichten. Bij vermoeden van discriminatie kun je een klacht indienen bij het College voor de Rechten van de Mens.

Concrete planning: wanneer moet je wat geregeld hebben

Zodra je zwanger bent en de verloskundige een uitgerekende datum heeft gegeven (rond week 12), kun je gaan rekenen. Tel vanaf die datum zes weken terug. Dat is de vroegste datum waarop je verlof mag starten. Tel vier weken terug. Dat is de laatst mogelijke datum. Kies een datum daartussenin.

Drie maanden voor die gekozen startdatum vraag je de zwangerschapsverklaring aan bij je verloskundige. Meestal krijg je die direct mee na een afspraak. Met die verklaring stuur je minimaal drie weken (maar liefst zes weken) voor je verlof een formele aanvraag naar je werkgever. Zo heeft je werkgever tijd om de uitkering aan te vragen bij het UWV.

Een concrete tijdlijn: uitgerekende datum 1 september 2026, je kiest voor vijf weken voorverlof.

  • Week 12 (februari 2026): uitgerekende datum vastgesteld
  • Begin juni 2026: zwangerschapsverklaring ophalen bij verloskundige
  • Vóór 7 juli 2026: schriftelijk zwangerschapsverlof aanvragen bij werkgever
  • 28 juli 2026: eerste dag zwangerschapsverlof
  • 1 september 2026: uitgerekende datum
  • 10 november 2026: einde zwangerschapsverlof (tien weken na bevalling)

Deze planning geeft rust. Je hebt alles geregeld voor het hectisch wordt. Praktisch gezien adviseren veel HR-afdelingen om de aanvraag rond week 28 van je zwangerschap te doen. Dan ben je ruim op tijd en heb je zelf ook nog overzicht.

Kleine dingen die niemand je vertelt maar wel belangrijk zijn

Vakantiedagen blijven opbouwen tijdens zwangerschapsverlof. Je krijgt gewoon 1,67 vakantiedag per maand (bij een fulltime dienstverband), ook als je thuis bent. Die dagen kun je later opnemen. Veel vrouwen combineren het einde van hun zwangerschapsverlof met opgebouwde vakantiedagen, zodat ze langer thuis kunnen blijven.

Je pensioen loopt ook gewoon door. De zwangerschapsuitkering telt mee als pensioengrondslag. Je bouwt dus pensioen op alsof je werkt. Dat staat in de Pensioenwet artikel 13a. Voor veel vrouwen is dat een verassing, maar een positieve.

Tijdens zwangerschapsverlof blijf je verzekerd via je werkgever. Je blijft gewoon ingeschreven bij je zorgverzekeraar en je werkgever betaalt door wat hij altijd betaalt aan sociale premies. Dit in tegenstelling tot onbetaald verlof, waarbij je soms zelf premies moet betalen.

Je mag niet werken tijdens zwangerschapsverlof. Artikel 3:1 lid 6 Wet arbeid en zorg verbiedt dat expliciet. Je werkgever mag je niet bellen met werkvragen en jij mag geen taken oppakken. Dit is om gezondheid en herstel te beschermen. Bij overtreding kan de Inspectie SZW ingrijpen.

Toch gebeurt het. Vooral bij kleine werkgevers of in hogere functies bellen werkgevers soms met 'dringende vragen'. Dat is niet toegestaan. Je mag dit weigeren zonder gevolgen. Documenteer het als het vaker voorkomt. Het is een vorm van overtreding van de Wet arbeid en zorg.

Ben je tijdens je zwangerschapsverlof ziek (niet gerelateerd aan de bevalling, maar bijvoorbeeld griep of een gebroken been), dan heeft dat geen invloed op de duur van je verlof. Je krijgt gewoon je tien weken naverlof, ook als je een deel daarvan ziek bent. Dit in tegenstelling tot 'gewoon' verlof, waarbij ziekte het verlof kan verlengen.

Hoe je zwangerschapsverlof verhoudt tot ouderschapsverlof en partnerverlof

Na het zwangerschapsverlof kun je ouderschapsverlof opnemen. Dat is een ander systeem met andere regels. Ouderschapsverlof is onbetaald (tenzij je werkgever bijlegt) en bedraagt maximaal 26 keer je wekelijkse arbeidsuren per kind. Bij een fulltime baan is dat 26 weken. Je mag dit opnemen tot je kind acht jaar is.

Sinds augustus 2022 bestaat er ook betaald ouderschapsverlof: negen weken tegen 70% van je dagloon, betaald door het UWV. Dit kun je opnemen in de eerste twaalf maanden na de geboorte. Veel vrouwen plannen dit direct na het zwangerschapsverlof, zodat ze in totaal 25 weken (16+9) betaald thuisblijven.

De partner krijgt partnerverlof: één week volledig betaald en vijf weken tegen 70% bij het UWV (het Aanvullend Geboorteverlof). Die vijf weken moet de partner opnemen binnen zes

Disclaimer. De informatie op deze website is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en vormt geen juridisch of financieel advies. Raadpleeg bij twijfel een jurist, vakbond of het UWV.
Gecontroleerd door WerkUitleg-redactie
Gebaseerd op officiële bronnen: UWV, Belastingdienst, Rijksoverheid.
Meer over onze werkwijze
Verder lezen

Gerelateerde onderwerpen

Meer in Ziektewet

Lees ook